De feestdagen liggen nog maar net achter ons. Gesprekken aan tafel of berichten op sociale media liepen daarbij niet zelden vast op politiek. Mensen zijn niet alleen verdeeld in wat ze denken, maar ook in wat ze voelen. We identificeren ons sterk met een partij, groep of idee en nemen steeds meer afstand van wie anders denkt. Maar wat betekenen die emotionele tegenstellingen eigenlijk voor onze democratie? Horen ze per definitie bij politiek, of ondermijnen ze haar? In dit interview spreken we met dr. Kamil Bernaerts en prof. dr. Bert Bakker over affectieve polarisatie. Wat is dat nu precies? Hoe sturen emoties ons stemgedrag? En wat betekent dat voor onze democratie?
Dr. Kamil Bernaerts doctoreerde recent aan de Vrije Universiteit Brussel en de University of Warwick met een proefschrift over de relatie tussen polarisatie en democratie, met een nadruk op democratische attitudes. Hij onderzoekt op welke manieren polarisatie aanwezig is in democratische instellingen en of dit een probleem is voor de democratie.
Prof. dr. Bert Bakker is universitair hoofddocent aan de Amsterdam School of Communication Research, waar hij onderzoek voert naar hoe mensen opvattingen vormen over politiek, en welke rol psychologie en emoties daarin spelen. Bakker is bovendien leider van het facultair speerpunt Polarisatie waarin hij onder meer polarisatie bij jongeren en kinderen onderzoekt. Hij is auteur van onder andere Putting the affect into affective polarisation (2024).
We horen vaak dat de samenleving steeds meer gepolariseerd raakt. Blijkt dit ook uit wetenschappelijk onderzoek?
Bernaerts: Kijk je naar de samenleving als geheel, dan zie je dat zowel ideegebaseerde als identiteitsgebaseerde polarisatie is gegroeid. Dit geldt ook voor het Westen, al zijn de verschillen daar minder extreem dan in de rest van de wereld. Maar kijk je naar het individu, dan is het beeld minder duidelijk.
Wat is ideegebaseerde polarisatie en identiteitsgebaseerde polarisatie?
Bakker: Een individu is op zich niet gepolariseerd. Een individu neemt een positie in over bepaalde thema’s, zoals de Europese Unie, migratie, LBGTQIA+, enzoverder. Ideegebaseerde polarisatie is de toenemende scheiding van een bevolking in twee of meer groepen met steeds extremere en tegengestelde standpunten. Een individu heeft daarnaast ook een identiteit. Identiteitsgebaseerde polarisatie is het proces waarbij een bevolking uiteenvalt in groepen die zich baseren op sociale identiteiten – zoals ras, religie, etniciteit of partijlidmaatschap – waarbij de afkeer van de ‘andere’ groep belangrijker wordt dan de inhoudelijke standpunten, wat leidt tot diepe emotionele en sociale kloven. We voelen affectie tegenover mensen die onze identiteit delen en zijn afstandelijk tegenover mensen van de buitengroep. Dat is waarom identiteitsgebaseerde polarisatie ook wel affectieve polarisatie genoemd wordt. Er wordt vaak gedacht dat polarisatie altijd slecht is, maar een maatschappij waar iedereen het met elkaar eens is, is ook niet wenselijk. Maatschappelijke verandering ontstaat namelijk doordat er verschillende ideeën zijn, en er druk uitgeoefend wordt om die verandering door te voeren.
Bernaerts: Het klopt dat er recent meer nadruk wordt gelegd op die affectieve polarisatie. Zo is een impliciete assumptie ontstaan dat we in een zeer gepolariseerde maatschappij leven en daardoor de democratie onder druk staat. Empirisch bewijs daarvoor is er echter nog niet.
Er wordt vaak gedacht dat polarisatie altijd slecht is, maar een maatschappij waar iedereen het met elkaar eens is, is ook niet wenselijk.
Prof. dr. Bert Bakker

Dus affectieve polarisatie is het voelen van positieve of negatieve gevoelens ten opzichte van bijvoorbeeld een politieke partij?
Bakker: Bekijk affectieve polarisatie als een thermometer: je voelt je warm of koud ten opzichte van een politieke partij. Binnen ons nieuwe onderzoek hanteren we een verdere indeling van die polarisatie op basis van enerzijds de richting – is het positief of negatief – en anderzijds de intensiteit. Er is overigens ook een stroming die bepleit dat we meer naar concrete emoties zoals angst of afkeer moeten kijken, maar dat is moeilijker te meten.
Polarisatie wordt tegenwoordig zo vaak onderzocht, maar soms lijkt het alsof we minder en minder weten wat we er nu juist onder moeten verstaan. De belangrijkste uitdaging in dit onderzoek ligt dan ook in de conceptualisering en de metingen. Specifiek voor affectieve polarisatie missen we goede lange termijn studies en aandacht voor de context van de studies.
Affectieve polarisatie wordt een probleem als we de ander als moreel inferieur gaan beschouwen.
Dr. Kamil Bernaerts
Onderzoekers Nicolas Campos en Christopher Frederico doen een gooi naar een meer actuele definitie van affectieve polarisatie, waarbij zij drie onderdelen onderscheiden. Ten eerste ‘othering’, ofwel je verschillend voelen van iemand anders. Ten tweede ‘aversion’, wat neerkomt op het leuk vinden en niet leuk vinden van iets. En ten derde ‘moralisation’, waarbij de andere groep als moreel inferieur beschouwd wordt. Als we deze drie onderdelen combineren, hebben we een probleem. Echter, ‘othering’ en ‘aversion’ op zichzelf horen gewoon bij een democratie. Om affectieve polarisatie echt goed te kunnen meten, hebben we goede meetmethodes nodig.
Hoe ontstaat affectieve polarisatie?
Bakker: Enkele oorzaken vinden we in de sociale identificatietheorie. Die theorie stelt dat we van nature groepen vormen, of het nu gaat om Antwerpenaren of Brusselaars, of voetbalfans van de ene of andere ploeg. De politiek deelt ons op een vergelijkbare manier in groepen in.
Gevoelens zijn zowel de oorzaak als het gevolg van die identificatie. Er is dus waarschijnlijk sprake van een cyclische werking. We ontwikkelen positieve gevoelens voor onze eigen groep en negatieve gevoelens voor de buitengroep.
Als we onderzoeken waar dat ’teamgevoel’ vandaan komt, dan lijken politiek en politici een voorname rol te spelen. Die polarisatie creëert duidelijkheid voor stemmers, wat politici stemmen kan opleveren. Bovendien spelen de media vaak een versterkende rol door selectieve informatie te benadrukken of sensatie uit te lokken. Andere oorzaken zijn onze thuissituatie en opvoeding, maar ook onze vrienden, zowel online als offline. Het is de herhaaldelijke blootstelling aan deze groepen en hun eigenschappen die onze identiteit vormen.
Er zijn dus meerdere oorzaken voor affectieve polarisatie. Het is te simplistisch om te zeggen dat bijvoorbeeld sociale media de enige oorzaak zouden zijn. Als onderzoekers zijn we geïnteresseerd in de vraag hoe die affectieve gevoelens zich over de tijd ontwikkelen.
Bernaerts: Ik wil hierbij wel een kritische noot plaatsen. Veel onderzoek gebeurt binnen de Amerikaanse culturele context. Landen met een consensusdemocratie, zoals België, Nederland en Zwitserland, zijn bijvoorbeeld veel minder gepolariseerd. Dit komt doordat deze landen meer geneigd zijn om meerdere partijen te betrekken in de besluitvorming, wat extreme tegenstellingen in de samenleving lijkt te dempen.

Welke gevolgen kan affectieve polarisatie hebben?
Bernaerts: Recent onderzoek toont aan dat die affectieve polarisatie best niet te laag is. Een lage affectieve polarisatie kan leiden tot apathie tegenover de politiek en de democratie. Echter, bij een heel hoge affectieve polarisatie gaat de steun voor de democratie dan weer dalen. Er is dus sprake van een verband dat lijkt op een omgekeerde U-curve. Dat verband is niet lineair. Een hoge affectieve polarisatie kan ook een positief effect hebben, bijvoorbeeld op de opkomstcijfers bij verkiezingen. Onderzoek wijst uit dat meer affectieve polarisatie kan leiden tot ondemocratische normen, zoals het niet-accepteren en tolereren van de ander, en het niet-respecteren van democratische principes, zoals verkiezingsuitslagen.
We zien dat politici goed weten hoe ze op die emoties kunnen inspelen. Welke verantwoordelijkheid hebben zij daarin?
Bakker: Emotie en politiek zijn onafscheidelijk. De scheiding tussen ratio en emotie is kunstmatig, en ze beïnvloeden elkaar voortdurend. Bovendien heb je emotie nodig om maatschappelijk vooruit te geraken; het is een middel voor betrokkenheid. Het wordt echter gevaarlijk wanneer je over het kantelpunt heen gaat waarbij polarisatie gewelddadig kan worden. De vraag is dus vooral hoe je die emoties balanceert. Gevoelens reguleren is de boodschap, en ze niet zomaar wegdrukken. Emoties zijn nodig, maar je wilt ze binnen het democratisch speelveld houden.
Bert, je bent mede-oprichter van Hot Politics Lab. Wat is jullie missie?
Bakker: Hot Politics Lab is onze onderzoeksgroep waar we de rol van emoties in de politiek proberen te begrijpen. We werken over verschillende disciplines heen. Een centrale vraag die we ons stellen is: ‘Kunnen we mensen leren hoe ze die emoties op een positieve manier kunnen inzetten?’ Dit gaat zowel over het samen reguleren als het individueel reguleren van gevoelens. We werken bovendien rond het thema mentale gezondheid. We zien namelijk dat mensen die meer met politiek bezig zijn, het doorgaans mentaal minder goed stellen. Maar geen politieke betrokkenheid is natuurlijk ook niet wenselijk. Het gaat dus vooral om hoe mensen met hun emoties om kunnen gaan.
We zien dat jongeren – in tegenstelling tot wat vaak gedacht wordt – niet meer gepolariseerd zijn dan volwassenen.
Prof. dr. Bert Bakker
Hoe komt het dat die affectieve polarisatie pas nu zoveel aandacht krijgt?
Bernaerts: Dat affectieve polarisatie nu pas zoveel aandacht krijgt, komt doordat er begin 2000 een affectieve wending plaatsvond in de wetenschap. Die benadrukte dat politiek niet uitsluitend rationeel is, maar ook emotioneel. Voordien leefde de idee dat het ‘betere’ argument uiteindelijk altijd zou winnen. Tegenwoordig zijn we ons ervan bewust dat emoties menselijk zijn en dat het onderdrukken van die emoties niet wenselijk is. Objectief naar deze dynamieken kijken vraagt om een goed begrip van politiek. Het is een bekende bias dat wetenschappers denken dat anderen denken zoals zichzelf. Dat klopt gewoon niet. Het is een uitdaging om wetenschappers uit hun ivoren torens te halen en ze in het werkveld te krijgen. Dit is overigens iets waar het Hannah Arendt Instituut zich ook voor inzet. Kortom, emotie wordt nu meer onderzocht in de wetenschap. Mensen stemmen op basis van hun gevoel en zullen niet rationeel alle voor- en nadelen afwegen. Wetenschappers weten nu dat onze beslissingen grotendeels emotioneel gedreven worden.”
Tot slot: kan affectieve polarisatie een democratie echt ondergraven?
Bernaerts: Ja, zeker. Affectieve polarisatie kan democratische waarden ondergraven, vooral wanneer de ander moreel wordt afgeschreven. We mogen niet vergeten dat democratie slechts bestaat omdat we erin geloven. Democratische waarden zijn kwetsbaar en kunnen snel verdwijnen. We mogen ze daarom niet als vanzelfsprekend beschouwen