Directeur Christophe Busch in Knack: “Extremistische netwerken ontmoeten elkaar op straat”

Extreemrechtse netwerken kruisen en verharden op straat. Christophe Busch analyseert de gevaren voor de lokale veiligheid. Lees de analyse.
Lees verder >>

Deel dit bericht

Houden van is rouwen om: hoe blijf je verbonden als meningen botsen?

Tijdens de covid-pandemie stond auteur Marthe Walter plotseling lijnrecht tegenover haar eigen moeder. De WhatsApp-familiechat liep roodgloeiend, complottheorieën namen de overhand en de band leek definitief beschadigd. Een scenario dat voor anderen herkenbaar zal zijn. We leven in een tijd van toenemende affectieve polarisatie: we bestrijden niet langer elkaars standpunten, maar elkaars morele deugdelijkheid. Die onderlinge afkeer sloopt relaties. Cultuurfilosoof Simon Truwant en Marthe Walter weigeren die afstand te accepteren. Een openhartig gesprek over de mens achter de mening, de drempels van sociale media, en waarom nieuwsgierigheid ons geheime wapen is. “Soms moet je de feitelijke discussie loslaten om de ander echt te kunnen horen.

Door: Nina Segers

Marthe Walter is schrijver, spreker en coach. Met haar Auteur Academie begeleidt ze aspirant-auteurs om werk te maken van hun ideeën. Marthe gelooft dat inspiratie de beste motivatie is en deelt daarom verhalen over de lessen die ze in haar leven leert, ook de moeilijke. In haar boek Ik wil gewoon mijn moeder terug (2024) beschrijft ze hoe ze lijnrecht tegenover haar moeder kwam te staan tijdens de covid-pandemie.

Dr. Simon Truwant is een Belgische filosoof en docent. Hij richt zich in zijn onderzoek en publicaties op de post-truth samenleving, objectiviteit en de werking van het publieke debat. In zijn veelgeprezen boek De waarheid heeft vier gezichten (2025) fileert hij hoe we vandaag de dag met feiten en meningen omgaan.

Het publieke debat kan hard zijn. Waar trekken jullie de grens tussen een constructief gesprek en pure tijdverspilling?

Truwant: Voor mij is tijd een heel belangrijke factor. Als ik een opiniestuk schrijf in een krant, dan krijg ik bijna altijd wel één agressieve mail in mijn inbox. Telkens van iemand anders. Doordat het er maar één is, kan ik me vasthouden aan mijn eigen regel: reageren op alle reacties die enigszins inhoudelijk zijn. 

Maar dat houd ik ook alleen maar vol omdat het geen tientallen haatberichten zijn. Als ik dan zo’n vlammende mail met allerlei aannames en oordelen krijg, dan reageer ik puur op de inhoudelijke punten. Meestal komt er daarna geen reactie meer. Reageert iemand toch weer op een aanvallende toon met assumpties en verwijten? Dan antwoord ik nog een tweede keer, maar spreek ik hen niet meer aan op de inhoud, wel op de toon. Het hangt er ook vanaf hoe aanvallend de reactie is. Als er geen enkel perspectief is op een constructieve discussie, kies ik ervoor om er geen tijd en aandacht aan te schenken.

Walter: Meegaan in discussies kost veel energie. Na de verschijning van mijn boek Ik wil gewoon mijn moeder terug kreeg ik veel felle reacties. Maar je moet grenzen trekken. Op haatmails en doodsbedreigingen bijvoorbeeld reageer ik niet. Maar als ik merk dat er nog een gesprek mogelijk is, dan ga ik er wel op in. 

Online mis je zoveel: de intonatie en de emoties van de ander. Er ontstaat snel miscommunicatie. Bij familie- en liefdesrelaties probeer ik ruis in onze gesprekken te vermijden. Tijdens de pandemie ben ik dan ook uit de familie-chatgroep op WhatsApp gestapt, omdat ik merkte dat die omgeving veel ruis veroorzaakte. Het is fijner om even te bellen of elkaar in het echt een vraag te stellen. Dat voorkomt misverstanden en is ook gewoon veel gezelliger. 

Truwant: Sociale media verlagen de drempel voor haatreacties, omdat je niet ziet wat een reactie bij de ander doet. Mocht je dat wel zien, dan zou je voorzichtiger zijn. Dalilla Hermans benoemde een hele tijd bij elke haatreactie wat die met haar deed. De personen achter de haatreacties bonden dan ook in. Het helpt dus om te tonen welk effect een reactie heeft. Iets wat anders achter een scherm verdwijnt. In dat opzicht zou het goed zijn om vaker te reageren op polariserende reacties, maar dat is helaas niet altijd mogelijk. Je hebt er ook de mentale ruimte voor nodig. Heel straf dus hoe Dalilla dat deed.

In het publieke debat moeten we ons vaker afvragen welke discussie we willen voeren en welke soort het meest productief is.

Simon Truwant

Er wordt vaak gezegd dat de samenleving nog nooit zo gepolariseerd is geweest als nu. Klopt dat wel?

Walter: Het is moeilijk aan te tonen of polarisatie vandaag de dag effectief vaker voorkomt, want het is er altijd al geweest. En polarisatie brengt ook positieve maatschappelijke veranderingen teweeg, zoals het klimaatakkoord, het homohuwelijk en het stemrecht voor vrouwen. 

Maar je ziet de laatste jaren wel een verschuiving van ideologische polarisatie naar affectieve polarisatie, en die beweging wordt gevoed door sociale media. Ideologische polarisatie houdt in dat je ergens verschillend over denkt, maar wel nog ruimte laat om er een gesprek over te voeren. Denk bijvoorbeeld aan discussies over wel of geen vlees eten, of je politieke voorkeur.  Affectieve polarisatie stopt iemand op basis van één kenmerk meteen in een hokje. Wie geen vlees eet, krijgt zo meteen de stempel van ‘links stemmen’ en ‘geitenwollen sok’, zonder dat er een dialoog is. 

Die affectieve polarisatie zorgt ervoor dat we de mens achter de mening niet meer zien. We koppelen één standpunt direct aan een hele reeks negatieve eigenschappen.  Dat creëert een afstand en verkleint de kans dat je openstaat voor een gesprek. Zonder dialoog met andersdenkenden kom je in een tunnelvisie en echokamers terecht. En zo drijven we steeds verder uit elkaar.

Truwant: Ik vraag me ook af of we als burgers vandaag de dag niet gewoon actiever betrokken zijn in de polarisatie. Vroeger waren er zuilen: groepen mensen die op een bepaalde manier dachten en in het leven stonden. Mensen waren dan deel van een zuil met vertegenwoordigers die de toon zetten van het publieke debat, waar anderen zich achter konden scharen. Maar door sociale media doet iedereen nu zelf mee aan het publieke debat. Er is tegelijkertijd minder vertrouwen in wetenschappers en experten. Vanuit de vrijheid van meningsuiting willen we onze eigen stem laten horen. We zijn dus veel meer betrokken en daardoor beleven we polarisatie ook persoonlijker.

Het publieke debat viert zo hoogtij én maakt tegelijkertijd heel woelige tijden door. De democratisering van het publieke debat is een heel positief gevolg van sociale media. We praten er vaak negatief over, en dat is ook terecht. Maar deze platformen hebben ook iets heel positiefs teweeggebracht: ze geven iedereen de kans om deel te nemen aan het publieke debat. Alleen, hoe meer mensen hieraan deelnemen, hoe complexer het wordt.

In je boek De waarheid heeft vier gezichten zeg je dat het publieke debat erop vooruitgaat als we allemaal meer rekening houden met verschillende soorten waarheden. Hoe zie je dat precies?

Truwant: We doen de hele dag door uitspraken die steunen op verschillende soorten waarheden. Ik geef een voorbeeld. Als ik zeg dat we hier met z’n drieën in gesprek zijn, dan druk ik een feitelijke waarheid uit. Als ik zeg dat polarisatie een groot probleem is in onze samenleving, dan spreek ik geen feitelijke, maar een ideologische waarheid. Die uitspraak is voor mij waar, niet omdat ik dat feitelijk vaststel, maar omdat die gebaseerd is op mijn visie op de maatschappij en de democratie. Als ik zeg dat ik op iedere inhoudelijke ntwoord, dan is dat een pragmatische waarheid. Ik geloof oprecht dat het nuttig is als we dat allemaal doen. Ik probeer te handelen volgens deze pragmatische waarheid, en ik wil anderen er ook van overtuigen dat dit de juiste keuze is. En als ik zeg dat ík sociale media een onveilige plek vind, is dat een existentiële waarheid. Het voelt waar voor mij. Daar wil ik niemand van overtuigen en ik wil er geen discussie over voeren. Ik vraag enkel om erkenning of empathie.

Al die verschillende uitspraken zijn waardevol en leiden ook allemaal tot een heel ander gesprek. Een feitelijke uitspraak kan leiden tot een feitelijke discussie over de correctheid van cijfers. Een ideologische discussie gaat over normen en waarden. Bij een discussie over een pragmatische waarheid ga je op zoek naar wat collectief nuttig is om te doen. Bij een existentiële waarheid proberen we elkaar niet te overtuigen maar wel te begrijpen. In het publieke debat moeten we ons dus vaker afvragen welke discussies we willen voeren en welke soort het meest productief is. 

Marthe, jij verwijderde de geschiedenis op de computer van je moeder, in de hoop haar te beschermen tegen complottheorieën. In je boek noem je dat een daad van liefde. Hoe kijk je daar nu naar? 

Walter: Vandaag zie ik het vooral als een schending van haar privacy. Ik heb veel geleerd in die periode. Een daad van liefde is de persoon achter de mening blijven zien. Want uiteindelijk wil iedereen gewoon gehoord worden, ook door iemand met een andere mening. Soms wil iemand je overtuigen van een bepaald idee, maar is het waardevoller om gewoon te luisteren en de ander het verhaal te laten doen.

Bij mijn moeder wilde ik niet luisteren naar de existentiële waarheid achter haar feiten. Ze was gewoon heel erg bang, omdat haar kinderen zich lieten vaccineren. Ze voelde een enorme angst voor de problemen in de wereld, maar ik zag dat toen niet. Met de wijsheid van nu zou ik een ander soort gesprek met haar hebben gevoerd: geen feitelijke discussie over hoe vaccins werken, maar een gesprek over hoe zij zich voelde, waar ze van wakker lag. De emotie die onder haar visie verstopt zat, serieus nemen. We moeten elkaar de ruimte durven geven om het oneens te zijn. Ik merk zelf dat luisteren naar iemands mening zonder die te willen veranderen, heel erg oplucht. 

Mijn moeder en ik zijn het nog altijd grondig oneens. Maar we weten dat we moeten uitzoomen op de feiten en moeten kijken naar wat het met ons doet – de existentiële laag. We zijn bijvoorbeeld allebei bezorgd om de aarde. Ik ben ongerust dat de fossiele brandstoffen opraken en mijn moeder vreest dat machtige mannen met afstandsbedieningen de wereld beheersen. Dat raakvlak verbindt ons, maar we moeten niet verzanden in een feitelijke discussie.

Truwant: Ik volg dat helemaal. Mijn kader met de vier waarheden is niet bedoeld om inhoudelijke discussies op te lossen, of mensen inhoudelijk dichter bij elkaar te brengen. Maar het geeft mensen de kans om zich meer gehoord te voelen. Als de ene persoon wil delen wat die voelt en de andere start een feitelijke discussie, dan praat je langs elkaar heen en stap je allebei gefrustreerd uit het gesprek. Als je merkt dat de ander behoefte heeft aan een ander soort gesprek, dan kan je zelf even afstand nemen van het soort gesprek dat jij wilde aangaan. Je neemt dan een luisterende houding aan die de ander kan helpen. 

Walter: De innerlijke dialoog is daarvoor heel belangrijk. De stap om eerst even naar binnen te keren, slaan we denk ik te vaak over. Het zou nochtans veel rust brengen: je wordt je bewust van wat je denkt en je kan voor jezelf beter uitmaken waarover je in discussie wil gaan. 

Na zelfreflectie kan je gerichter gesprekken voeren. Dat merkte ik ook bij mijn moeder: we voerden soms discussies die ik eigenlijk niet eens boeiend vond. Maar zodra je de vier waarheden bij jezelf detecteert, stel  je je flexibeler op in een gesprek. Herken je ze niet bij jezelf, dan reageer je puur vanuit een impuls. Ik denk dat de wereld een fijnere plek zou zijn als iedereen wat vaker die interne dialoog zou voeren (lacht).

Truwant: Absoluut. Niemand is puur een ‘feitelijk wezen’ of een ‘emotioneel wezen’. We bezitten al die verschillende manieren van denken en we hoppen constant van de ene naar de andere. In een gepolariseerd publieke debat plaatsen we  de zogenoemde ‘rationele mensen’ vaak tegenover de ‘irrationele mensen’. Die opdeling zag  je heel duidelijk tijdens de covid-pandemie. 

De heersende gedachte is dan dat alleen de feiten ertoe doen en dat we uitsluitend op basis daarvan een discussie kunnen voeren. Maar dat klopt niet. Het verengt het debat enorm. Discussiëren over emoties is minstens zo waardevol, en bovendien heel menselijk.  Zodra je dat bij jezelf erkent, helpt dat om een constructief gesprek te voeren.

Welke rol spelen media in een gepolariseerd publieke debat?

Walter: Media hebben een grote rol via de taal die ze gebruiken en de termen die ze kiezen. Tijdens de covid-pandemie gebruikten de Nederlandse media bijvoorbeeld vaak het woord ‘wappies’ om te verwijzen naar mensen die zich niet wilden vaccineren. Dat is olie op het vuur gooien, het wakkert heftige reacties aan. 

Truwant: Ik denk dat goede journalistiek én feiten brengt én ideologische duiding brengt. Dat geeft de lezer of kijker antwoord op de vraag waarom verschillende partijen zo anders naar feiten kijken. Maar ook de pragmatische blik is belangrijk: media moeten mee op zoek gaan naar hoe we met die verschillen omgaan en hoe we er als samenleving praktisch mee verdergaan. De existentiële blik is ook nodig: een journalist staat dan bewust stil bij de impact van bijvoorbeeld een artikel op de betrokken individuen.

Nieuwsgierigheid is ons geheime wapen in tijden van polarisatie. Het helpt ons om te blijven kijken naar de mens achter de mening.

Marthe Walter

Moeten we koste wat kost met iedereen in gesprek blijven, of zit er ergens een grens?

Walter: De relatie moet geen doel op zich zijn.  Kost het behoud van het contact je simpelweg te veel strijd, dan kan het zinvol zijn om de pauzeknop in te drukken of de relatie een andere vorm te geven. Ik probeer mensen niet los te laten, enkel de relatie, zodat er een nieuwe relatie in de plaats kan komen. Al begrijp ik ook dat loslaten soms niet anders kan. Voor mezelf gelden er twee criteria: mezelf kunnen zijn en waardering krijgen. Dan is het voor mij de moeite om te blijven vasthouden. 

De band met mijn moeder is nu totaal anders dan vroeger. Ik zeg altijd: ‘houden van is rouwen óm’. In elke relatie neem je vroeg of laat afscheid van de persoon die je dácht dat de ander was. Tegelijkertijd vraagt het om nieuwsgierigheid naar wie die ander aan het worden is. Die nieuwsgierigheid is ons geheime wapen in tijden van polarisatie. Het helpt ons om altijd te blijven kijken naar de mens achter de mening.