Wat is de manosfeer?
De ‘manosfeer’ is geen organisatie met een leider of een ledenlijst. Het is een los netwerk van online forums, kanalen en influencers, waar mannen elkaar ervan overtuigen dat vrouwen en het feminisme hun vijanden zijn. Het fenomeen wordt steeds vaker erkend als een broeihaard van radicalisering, geweld en culturele beïnvloeding.
Onderzoekers onderscheiden vier grote groepen: incels (mannen die zichzelf ‘onvrijwillig celibatair’ noemen), pick-up artists (die versiertechnieken uitwisselen om vrouwen te ‘veroveren’), mannenrechtenactivisten en MGTOW (‘Men Going Their Own Way’, mannen die vrouwen volledig uit hun leven bannen). Wat hen verbindt, is hun verzet tegen het feminisme en het idee van de ‘red pill’: wie die pil ‘slikt’, zou de harde waarheid inzien dat de samenleving draait rond vrouwen, ten koste van mannen.
Dat klinkt als iets voor obscure hoekjes van het internet, maar dat is het al lang niet meer. Via TikTok, YouTube en bekende influencers zoals Andrew Tate belanden deze ideeën vandaag makkelijk op de smartphones van onze jongeren.

Wat toont wetenschappelijk onderzoek?
Een recent overzichtsonderzoek in The Journal of Sex Research (2026) bundelde 105 studies over de manosfeer. De conclusie is ontnuchterend: seksueel geweld is er geen uitzondering van een paar gefrustreerde randfiguren, maar net wat de groep samenhoudt. Grappen over verkrachting, slachtoffers zwartmaken, aangiftes afdoen als ‘vals’: het dient allemaal om nieuwe leden te werven, hun wereldbeeld te vormen en de groep bij elkaar te houden. Opvallend is dat dit gebeurt onder het mom van slachtofferschap: de mannen zien zichzelf als de echte slachtoffers. En het blijft niet bij woorden. In de onderzochte studies duiken heel wat getuigenissen op van mannen die zelf seksueel geweld pleegden, en oproepen om dat te doen: van dwang en vrouwen dronken voeren tot stiekem filmen en naaktbeelden verspreiden zonder toestemming.
Een tweede overzichtsstudie, in Social and Personality Psychology Compass (2026), toont hoe de manosfeer op tien jaar tijd van de marge naar de mainstream is opgeschoven. Algoritmes die provocatie belonen, trage reacties van platformen en populaire influencers speelden daarin een grote rol. In de meest extreme gevallen leidde dit gedachtegoed tot dodelijke aanslagen, vooral in de Verenigde Staten en Canada.

Hoe trekt de manosfeer jongens en mannen mee?
Het begint vaak met een krenking. Wie zich eenzaam, afgewezen of achtergesteld voelt, krijgt in de manosfeer een kant-en-klare verklaring: de schuld ligt bij vrouwen en bij een samenleving die hen zou bevoordelen. Dat slachtofferverhaal is aantrekkelijk, want het biedt erkenning, steun en het gevoel ergens bij te horen. De eerste kennismaking lijkt meestal onschuldig: memes, grappen, datingtips of filmpjes over ‘alfamannen’ en het verbeteren van je uiterlijk (‘looksmaxxing’).
Daarna nemen woede en een eigen jargon de overhand. Vrouwen heten er bijvoorbeeld ‘foids’ (van ‘female humanoid’), een woord dat een scherpe grens trekt tussen ‘wij’ en ‘zij’. Wie langer in de manosfeer vertoeft, wordt vaak bozer en minder kritisch. Vrouwen worden ontmenselijkt en afgeschilderd als objecten of als kinderen, en verkrachting wordt zo eng gedefinieerd dat er bijna niets meer onder valt. Een deel van de leden gaat zo ver dat ze geweld goedpraten of verheerlijken.
Wie tegengas geeft, wordt bespot en buitengesloten. Moderators en invloedrijke leden bewaken de groepslijn. Regels van platformen en verboden woorden omzeilen ze met codetaal en zogenaamde grapjes.

Wat betekent dit voor een lokaal bestuur?
Ook al speelt het zich grotendeels online af, de gevolgen zijn lokaal voelbaar: in de klas, in de jeugdwerking en in het gezin. Enkele aandachtspunten en concrete tips:
- Bekijk het afglijden naar de manosfeer als een vorm van radicalisering, ook al gaat het niet om een religieuze of klassiek politieke ideologie. Dezelfde mechanismen spelen: een krenking die uitgroeit tot een vijandbeeld, een groep die geborgenheid biedt en uiteindelijk geweld goedpraat. Zet het thema daarom op de agenda van de LIVC-R, maar koppel het ook aan bestaand beleid rond geweld tegen vrouwen, schoolveiligheid, jeugdwelzijn en geestelijke gezondheid. Geen enkele sector kan dit alleen.
- Train alle eerstelijnswerkers, niet alleen de radicaliseringsspecialisten. Jeugdwerkers, leerkrachten, sportcoaches en maatschappelijk werkers vangen de eerste signalen op: eenzaamheid, terugtrekking en plots opduikend jargon (zoals ‘red pill’, ‘black pill’, ‘alfa’, ‘Chad’ of ‘foid’). Geef hen de kennis om die te herkennen en om het verschil te zien tussen provoceren en ernstige bedoelingen. Wie de achtergrond kent, kan incidenten ook beter plaatsen.
- Pak de voedingsbodem aan: eenzaamheid en mentaal welzijn. Veel jongens in de manosfeer kampen met somberheid of angst, en in sommige groepen wordt zelfbeschadiging aangemoedigd en hulp zoeken ontmoedigd. Betrek de geestelijke gezondheidszorg bij preventie, koppel het thema aan jullie aanpak van eenzaamheid en suïcidepreventie, en zorg dat jongeren kansen krijgen om succes te ervaren en ergens in uit te blinken.
- Erken de pijn, niet de ideologie. Neem de frustraties van jongens ernstig, maar pas op dat je de slachtofferrol niet onbedoeld voedt. Zelfs goedbedoelde boodschappen over ‘mannen die de aansluiting verliezen’ kunnen olie op het vuur gooien, zeker als vrouwen daarbij als oorzaak worden aangewezen. Begrip mag het probleem nooit minimaliseren: vrouwenhaat blijft vrouwenhaat.
- Ga het gesprek aan in plaats van te preken. Grenzen opzoeken en experimenteren met ideeën hoort bij de puberteit. Laat jongeren reageren op stellingen zoals ‘Jongens moeten altijd sterk zijn’ of ‘Kwetsbaarheid is zwakte’, laat hen gerust tegenspreken en vraag wat hen aantrekt in deze verhalen.
- Verbieden alleen werkt niet. Wie van een platform geweerd wordt, ziet dat als het zoveelste bewijs van zijn ‘onderdrukking’ en trekt zich terug in hoeken van het internet waar niemand meer meekijkt. Onderzoek wijst erop dat zulke verboden de groepen soms zelfs hechter maken.
- Investeer in mediawijsheid. Leer jongeren hoe algoritmen werken en hoe influencers verdienen aan provocatie en aan de onzekerheid van jonge mannen. Wijs scholen en jeugdwerk op bestaand materiaal, zoals het lessenpakket van Mediawijs over sociale media, genderrollen en de manosfeer.
- Betrek de ouders, en vooral de vaders. Zij staan het dichtst bij hun kinderen, maar worden vandaag zelden aangesproken. Ouders hoeven geen experts te worden: het helpt al als ze de belangrijkste termen en signalen kennen en weten hoe ze het gesprek kunnen aangaan. Een ouderavond of een korte infofiche kan al veel doen.
- Werk samen met jongens aan wat mannelijkheid ook kan zijn. Jongens zijn geen probleem dat opgelost moet worden, maar een deel van de oplossing. Zoek rolmodellen die tonen dat sterk en zorgzaam samengaan, zet in op relationele en seksuele vorming met aandacht voor toestemming, en zorg voor gewoon contact tussen jongens en meisjes, zodat ze elkaar leren kennen buiten stereotypen om. Projecten door en voor jongeren werken vaak het best.

Een belangrijke kanttekening: het verhaal is complexer dan dat. Het onderzoek toont geen oorzakelijk verband aan: niet iedereen die content uit de manosfeer te zien krijgt, radicaliseert, laat staan dat hij geweld pleegt. Vermijd daarom zowel stigmatisering en morele paniek als bagatellisering. Waakzaamheid is nodig, paniek niet.
Meer lezen
- Mobilization of Sexual Violence within the Manosphere: A Mixed Methods Systematic Review, The Journal of Sex Research, 2026.
- A Framework for Understanding the Manosphere (Rollano, Pérez-González & Román-González), Social and Personality Psychology Compass, 2026.
- How can youth practitioners deal with current polarisation around masculinity?, Radicalisation Awareness Network (RAN), 2023.