Hoe kan verwondering ons helpen en wat kunnen we ervan leren? Het zijn maar enkele vragen waarop Caroline Pauwels een antwoord probeerde te formuleren in haar boek Ode aan de verwondering. An Miller, Dimitri Leue en Koen Vanmechelen geven een stem aan dit vlijmscherpe pleidooi. Een confrontatie op de theaterplanken die je niet onbewogen laat. Zowel het boek als de voorstelling houden Pauwels haar geloof dat verwondering het leven kleur geeft, springlevend. En ze confronteren ons onlosmakelijk met de vraag: Waar vinden we zelf in het dagelijkse leven nog verwondering?
Geluk zit in de kleine dingen. Het klinkt als een huizenhoog cliché. Maar dan toch een ‘cliché’ waar Caroline Pauwels rotsvast in geloofde. Dat werd maar al te duidelijk toen ze in 2021 haar boek Ode aan de verwondering publiceerde naar aanleiding van haar curatorschap van Theater aan Zee. In dat boek brak Pauwels een lans om stil te staan bij wat we rondom ons kunnen zien en ervaren. Om de wereld te blijven benaderen met een open en nieuwsgierige blik. Met kinderlijke verwondering voor wetenschap, kunst en het alledaagse.
Verwondering was voor Pauwels een bron van positivisme. Een pleidooi om te vertragen en de wereld onbevangen – en daarmee zonder oordeel – tegemoet te treden. Via haar boek hoopte ze anderen te inspireren om ook op die manier naar de wereld rondom zich te kijken. In wetenschap en kunst, maar ook in de grote en kleine momenten van elke dag.
Wat maakt verwondering zo belangrijk?
“Verwondering is wat het leven kleur geeft en de moeite waard maakt. Verwondering is wat ons voortstuwt, wat maakt dat we onze talenten ontplooien, dat we onze grenzen verleggen, dat we boven onszelf uitstijgen, en uiteindelijk geluk vinden in wat we doen. Als er geen verwondering meer is, wordt alles grijs en liggen ontgoocheling, gelatenheid en wanhoop op de loer.” Met die woorden maakte Pauwels duidelijk dat verwondering volgens haar geen naïef tijdverlies is. Eens we het toelaten in onszelf, is het iets dat ons verrijkt als mens en ons verder helpt naar dat eindeloze geluk waar we allemaal zo vaak naar op zoek zijn. Verwondering is een levenskracht.

Pauwels zag die pure verwondering vooral in kinderen. Kinderen stellen vaak eindeloze vragen vanuit onbevangenheid en nieuwsgierigheid naar zowel de kleine als grote dingen die de wereld te bieden heeft. Eens de volwassenheid onvermijdelijk ons leven binnenstapt, lijkt het dat we haast collectief ons talent voor verwondering en nieuwsgierigheid verliezen. We accepteren de dingen zoals ze zijn en vergeten om ze tegen het licht van onze kinderlijke nieuwsgierigheid te houden. Een jammerlijke zaak volgens Pauwels en een fenomeen waar ze resoluut tegen inging via haar ode aan de verwondering. Ook al lijkt het vaak van niet, Pauwels was ervan overtuigd dat we in een wonderlijke wereld leven. “Altijd en overal, voor wie ervoor open staat, voor wie de moeite doet om te kijken, voor wie de verwondering toelaat in zijn of haar leven.”
Maar kunnen we ons nog wel verwonderen?
Op 5 maart 2026 brengt het Hannah Arendt Instituut en Vrije Universiteit Brussel de theatervoorstelling Ode aan de verwondering van Caroline Pauwels naar Cultuurcentrum Mechelen. In dat stuk kruipt An Miller in de huid van Pauwels en brengt ze via een monoloog haar vurige pleidooi tot leven op de planken.
Dat leek ons de ideale gelegenheid om eens te kijken of verwondering nog leeft. We vroegen daarom aan onze achterban wat hen in het dagdagelijkse leven verwondert. Wat in hen die pure, nieuwsgierige blik naar boven haalt, zelfs in een wereld waarin dat niet altijd even makkelijk lijkt. De vraag leverde alvast heel wat mooie antwoorden op, maar vooral ook het bewijs dat verwondering nog een plaats heeft in onze levens en nog deel uitmaakt van onze blik op de wereld.
Lachende kinderen en sneeuwruimers
Opvallend is hoe kinderen onze blik van verwondering terug tot leven brengen. Door hoe kwetsbaar ze in het leven staan, maar ook door de ongelofelijke dingen waar ze vaak tot in staat zijn.

“Mijn kleinkinderen van 7, 4 en 2,5 jaar blijven me verwonderen, haast elke dag opnieuw. Hoe snel ze bijleren, groeien, en de nieuwe woorden en rekensommen die ze zichzelf eigen maken.”
Verwondering wordt genoemd bij situaties waarin het leven onder druk staat en waarin de kracht van mensen naar boven komt. Als iets dat je veerkrachtig en hoopvol houdt.

“Een nauw familielid van mij is begin dit jaar, dankzij de niet-aflatende zorg en inzet van intensivisten en verpleegkundigen, wonder boven wonder gered.”
“Verwondering over de toewijding waarmee ouders hun kinderen met een beperking stimuleren om zo zelfstandig mogelijk door het leven te gaan.”

Verwondering kan ontspruiten uit hoe we als mensen samenwerken en elkaar sterker maken.

“Verwondering in het dagelijks leven van de co-housing die we met enkele tientallen mensen opstartten, waar verschillende ervaringen voor velen het ‘vertrouwen in het leven’ een boost gaven.”
Door naar elkaar vanuit verwondering te kijken, kan het begrip voor elkaar ook groeien. En is het een instrument om je naaste empathischer te benaderen.
“Verwondering is voor mij de start van iets moois. Wanneer je je verwondert, stel je je open en wil je iets bijleren. Begrip voor mekaar is de basis van een betere samenleving.”

Verwondering is voor iedereen uniek
Wat uit de veelheid aan reacties naar voren komt, is dus geen eenvormig verhaal. Verwondering kan uit vele dingen voortkomen en heeft voor iedereen een eigen, unieke invulling. Het is precies die pluraliteit die een verwonderde blik betekenisvol maakt. Verwondering over natuur, over kunst, over zorg, over activisme, over kwetsbaarheid, over wetenschap, over jongeren, over ouderen. Het passeerde allemaal de revue in jullie reacties.

“Verwondering is voor mij de kunst van het leven, het medicijn voor het gejaagde leven, de sprankel in de wijn, de redding voor neerslachtigheid, de aandacht voor wat onder de oppervlakte schuilt.”
Hoe verwondering ook ontstaat, ze voegt altijd iets wezenlijks toe. Ze geeft — om het met de woorden van Caroline Pauwels te zeggen — meer kleur aan onze ervaringen. Ze zit overal. In de mensen die we dagelijks ontmoeten: collega’s, familie, vrienden. In kleine momenten die ons even doen stilstaan. Een gedachte die Caroline vrolijk zou stellen.
Ode aan de verwondering is dan ook meer dan een terugblik op haar gedachtegoed. De voorstelling en het boek zijn een uitnodiging. Niet om te ontsnappen, maar om opnieuw te leren kijken. Naar een wereld die, ondanks alles, wonderlijk blijft.