Op sociale media bepalen algoritmes welke video’s onze aandacht opeisen. Dat is niet zonder gevolgen: wat we dagelijks zien en horen, vormt ons wereldbeeld. Wanneer extreemrechtse ideeën voortdurend opduiken op verschillende platformen, ligt de normalisering van dit gedachtegoed op de loer. Hoe ziet de strategie van extreemrechts op sociale media er precies uit? En welk democratisch weerwoord kunnen we daartegen bieden? We gingen hierover in gesprek met Katrien Vanlerberghe (doctoraatsstudent aan de Vrije Universiteit Brussel en fellow bij het Hannah Arendt Instituut) en professor dr. Ico Maly (cultuurwetenschapper aan de Universiteit van Tilburg).
Extremistische narratieven lijken steeds meer voet aan grond te krijgen in het publieke discours. Hoe kijken jullie hiernaar?
MALY: Of het nu gaat over migratie, mannelijkheid, vrouwelijkheid, feminisme of covid: we zien dat fringe theories (red.: radicale ideeën die zich aan de rand van het politieke debat bevinden) en conspiracy theories (red: complottheorieën) steeds meer opschuiven naar het centrum van de macht. Sinds 2015 waarschuw ik al dat dit gedachtegoed mainstream zou worden, maar de huidige realiteit overtreft mijn somberste voorspellingen. We bevinden ons nu in een situatie waarin deze ideeën niet alleen genormaliseerd zijn, maar de wereld van binnenuit mee organiseren.
Je ziet die verschuiving ook rond remigratie (red.: beleidsterm die verwijst naar vrijwillige terugkeer van migranten naar hun land van herkomst. Maar in extreem-rechtse kringen fungeert het als een eufemisme voor de grootschalige uitzetting van mensen met een migratieachtergrond). Identitairen proberen het concept ‘omvolking’ te normaliseren en de pers gaat daarin mee.
Toch wordt normaliteit niet alleen van bovenaf geproduceerd, door politici, opiniemakers of de pers. Normen worden ook gevormd in de publieke sfeer, vaak via ogenschijnlijk onschuldige niches. Extreemrechts zet daarbij sterk in op metapolitiek (red.: het beïnvloeden van de cultuur en publieke opinie om radicale ideeën aanvaardbaar te maken voordat ze vertaald worden in beleid, gebaseerd op Gramsci’s ‘culturele hegemonie’). Of je nu geïnteresseerd bent in koken, oldtimers of sport: uiteindelijk kom je uit bij radicale narratieven. Wie op Instagram interesse toont in krachttraining, wordt door het algoritme al snel naar video’s over ’traditionele mannelijkheid’ en extreemrechtse narratieven geleid. Een ander voorbeeld is de autocultuur. Wat begint als een interesse in auto’s, mondt via algoritmes al snel uit in de theorie dat elektrisch rijden een groot complot is. De overstap naar elektrisch rijden zou volgens deze narratieven niet om het milieu gaan, maar om een poging onze bewegingsvrijheid in te perken en ons van bovenaf te controleren. Zo sijpelen radicale ideeën via een digitale achterdeur onze alledaagse leefwereld binnen.
We zien vandaag bovendien dat extreemrechts niet alleen actief is op mainstreamplatformen, maar ook steeds vaker eigen digitale infrastructuur uitbouwt. Denk aan platformen als X of Rumble (red.: een videoplatform dat zich profileert als alternatief voor YouTube en inzet op minimale moderatie) waar radicale stemmen niet alleen ruimte vinden, maar ook mee de spelregels van het debat bepalen. Dat is een opschaling van een heel andere orde.
VANLERBERGHE: De normalisering van die extreme ideeën vind ik heel onrustwekkend. Het begrip ‘omvolking’ bijvoorbeeld wordt tegenwoordig bijna achteloos in de mond genomen. En achteraf klinkt het dan soms: “Ja, maar zo heb ik het niet bedoeld.” Maar woorden hebben een geschiedenis en een betekenis. Je kan ze niet zomaar loskoppelen van de ideeënwereld waaruit ze ontstonden.
“Het is niet omdat ideeën niet meteen tot geweld leiden, dat ze onschuldig zijn.”
Katrien Vanlerberghe
Het is pas wanneer ideeën leiden tot geweld dat de schadelijkheid van die ideeën wordt erkend. Maar de schade begint eerder: bij de geleidelijke normalisering van die extreme ideeën in het publieke debat. Het is niet omdat ideeën niet meteen tot geweld leiden, dat ze onschuldig zijn. Ook zonder fysieke escalatie kunnen ze groepen ontmenselijken, wantrouwen aanwakkeren en de grenzen van het aanvaardbare steeds verder opschuiven.
Normalisering begint precies op het moment waarop de ondergrens verschuift. Wanneer mensen zeggen: “Maar dit is toch gewoon zeggen waar het op staat?”, dan weet je dat ideeën die vroeger als extreem golden, stilaan aanvaardbaar worden. Die normalisering heeft impact. Ze kan doorwerken in haatcriminaliteit en discriminatie, maar ook subtieler: in hoe mensen naar zichzelf, naar anderen en naar de samenleving kijken. Een voorbeeld hiervan is de manosphere (red. een verzamelnaam voor online gemeenschappen rond mannelijkheid, waar thema’s als zelfverbetering, dating en discipline vaak vermengd raken met antifeministische en vrouwonvriendelijke ideeën). Je bekijkt enkele trainingsfilmpjes op sociale media en je komt uit bij Andrew Tate (red. een invloedrijke online figuur en voormalig kickbokser die vooral bekendstaat om zijn uitgesproken vrouwonvriendelijke uitspraken en populariteit binnen de manosphere). Ik heb al vaak mensen horen zeggen: “Hij zegt gewoon dat je discipline moet hebben en hij bedoelt het allemaal niet zo.” Net daarin zie je hoe snel normalisering werkt: de meest problematische ideeën worden weggefilterd of vergoelijkt, terwijl het bredere gedachtegoed mee ingang vindt.
In de Verenigde Staten zien we die normalisering vandaag heel duidelijk, vaak in extreme vorm. Daardoor kijken we gemakkelijk naar de VS alsof het probleem zich vooral daar afspeelt. Maar de normalisering van extreme ideeën is ook hier al lang aan de gang. Precies dat vind ik zo onrustwekkend.
“We zien vandaag dat extreemrechts niet alleen actief is op mainstreamplatformen, maar ook steeds vaker eigen digitale infrastructuur uitbouwt.”
Prof. dr. Ico Maly
Welke factoren zorgen ervoor dat die extreemrechtse ideeën genormaliseerd geraken?
MALY: Het is een proces van lange adem. Het metapolitieke traject startte al in de jaren zestig en kreeg geleidelijk impact op bepaalde thema’s. De eerste grote doorbraak was in de jaren tachtig en negentig, toen extreemrechtse partijen in heel Europa sterk opkwamen. Twee thema’s stonden toen centraal: migratie en democratie. Het Vlaams Blok (red. huidig Vlaams Belang) kon zich toen presenteren als de grote democratische partij met de slogan “We zeggen wat u denkt”. Die periode heeft een stevig fundament gelegd voor hoe we vandaag over democratie denken. Dan begrijp je ook waarom Vlaams Belang vandaag mee aan tafel zit in duidingprogramma’s als De Afspraak.
Die normalisering is geen louter Vlaams fenomeen, maar maakt deel uit van een bredere, globale trend. Vandaag moeten we blijkbaar opgelucht zijn dat Giorgia Meloni (red.: de Italiaanse premier en leider van de radicaal-rechtse partij Fratelli d’Italia) Europa zal “redden” tegenover Trump. Dat is natuurlijk heel bevreemdend. Meloni staat immers in een post-fascistische politieke traditie die teruggaat op de erfgenamen van Mussolini.
Sinds 2012 zien we dat de politieke rechterzijde, en dan vooral extreemrechts, steeds sterker inzet op digitale media. En dat doen ze ongemeen goed. In de VS experimenteerde de alt-right (red.: los netwerk van extreemrechtse online milieus die nationalistische, racistische, antifeministische en anti-establishmentideeën verspreiden) met memes, vlogs, podcasts, websites, en andere formats. Door Trump worden die formats globaal verspreid.
Veel van die influencers proberen tegelijk geïntegreerd te blijven in de digitale mainstream. The Golden One, bijvoorbeeld – de online naam van Marcus Follin, een Zweedse fitness- en far-right influencer – is bijvoorbeeld nog altijd actief op Instagram, YouTube en Facebook. Op die zichtbare kanalen hanteert hij vaak een gematigder discours. Tegelijkertijd leidt hij zijn volgers door naar meer afgeschermde ruimtes en gemeenschappen. Zo organiseert hij uitdagingen als the Wild Hunt Challenge, waarbij hij jongeren engageert om “drie weken niet te masturberen en naar de gym te gaan”. Net via dat soort formats worden online gemeenschappen opgebouwd. Daarin gaat hij achter de schermen heel expliciet tekeer en krijgen volgers extremere ideeën aangereikt.
Extreemrechts verschuift van aanwezigheid op sociale media naar het bouwen van een eigen digitaal machtsapparaat. Het gaat intussen niet meer alleen om micro-influencers met 100.000 volgers hier en 200.000 volgers daar. Integendeel: we zien in Silicon Valley een grote verschuiving, waarbij steeds meer kapitaal naar radicaal-rechtse en conservatieve media-ecosystemen vloeit. Peter Thiel (red.: invloedrijke Amerikaanse techmiljardair, investeerder en medeoprichter van PayPal en Palantir) investeert niet alleen in The Right Stuff, een conservatieve datingapp, maar ook in Rumble. Rumble wil echter meer zijn dan een videoplatform alleen. Met Rumble Cloud bouwt het ook eigen digitale infrastructuur uit: hosting, cloudservices en servers die minder afhankelijk zijn van de klassieke Big Tech-spelers. Het is daardoor “uncancellable”: moeilijker te weren, te blokkeren of offline te halen. Truth Social, het socialemediaplatform van Trump, maakt bijvoorbeeld gebruik van Rumble Cloud.
Je ziet dus dat er een nieuwe infrastructuur wordt uitgebouwd, waarbij extreemrechts niet alleen gebruikmaakt van digitale platformen, maar steeds vaker ook de infrastructuur zélf in handen heeft. Dat geldt ook voor X van Elon Musk. X is misschien verlieslatend als bedrijf, maar vanuit een metapolitiek oogpunt is het platform uitermate efficiënt. Het functioneert als een leeromgeving waarin mensen bepaalde waarden, normen en kennis opbouwen.
“De combinatie van technologische macht en politieke macht, op globale schaal, is volgens mij de grote dijkbreuk die we de komende vier à vijf jaar over ons heen zullen krijgen. En ik vrees dat dat geen mooi verhaal wordt.”
Prof. dr. Ico Maly
En die digitale platformen zitten vandaag niet langer aan de rand, maar in het centrum van de macht. Het beeld van de inauguratie van Trump blijft door mijn hoofd spoken. Want wie zagen we daar? Mensen als Jeff Bezos, Mark Zuckerberg, Elon Musk en Sam Altman. Verschillende van de machtigste figuren uit de techwereld stonden daar, letterlijk en symbolisch, naast de politieke macht.
Dat vertaalt zich ook in beleid en platformkeuzes. Bij Meta zagen we bijvoorbeeld meteen een versoepeling van de moderatieregels: de teugels werden gelost. Daardoor kunnen allerlei niche-influencers opnieuw een veel breder publiek bereiken.
‘Wanneer de wereld snel verandert en mensen het gevoel hebben grip te verliezen, worden complottheorieën bijzonder aantrekkelijk.”
Katrien Vanlerberghe
VANLERBERGHE: Je merkt dat mensen online gemeenschappen opzoeken wanneer ze het gevoel hebben dat ze bepaalde dingen niet meer mogen zeggen, of wanneer ze zich buitengesloten voelen. Tegelijk hebben mensen inherent de neiging tot “sensemaking”: we willen begrijpen wat er rondom ons gebeurt en zoeken naar verklaringen die orde brengen in de chaos. Maar de samenleving is complex, en die complexiteit is niet altijd makkelijk te vatten. Toch verlangen we naar eenvoudige, overzichtelijke verklaringen. Net daarom zijn complottheorieën zo aantrekkelijk. Ze bieden een duidelijke oorzaak, suggereren dat alles met elkaar verbonden is en geven mensen het gevoel dat ze eindelijk doorhebben hoe de wereld écht werkt. Ook al klopt die verklaring niet, ze voelt vaak begrijpelijker dan de werkelijkheid zelf.
Dat verklaart ook waarom complottheorieën vooral ingang vinden in tijden van onzekerheid. Wanneer de wereld snel verandert en mensen het gevoel hebben grip te verliezen, worden zulke verhalen bijzonder aantrekkelijk.
“Het gaat niet enkel om de extreme narratieven onderuit te halen, het gaat ook om het verbeelden van een wereld die je wél wil.”
Prof. dr. Ico Maly
We hebben het nu over hoe extreme narratieven genormaliseerd worden. Maar hoe kunnen we ons hiertegen weerbaar maken? Hoe zorgen we voor een tegenstem of ‘counter narratives’?
MALY: Wat cruciaal is als tegenstrategie, is dat democratische stemmen aanwezig zijn in al die niches. Eigenlijk heb je een heel ecosysteem aan content nodig — websites, podcasts, influencers, vlogs — waarin andere ideeën zichtbaar en aantrekkelijk worden gemaakt. Het is wachten op de eerste trainer-influencer die fitness niet koppelt aan reactionaire mannelijkheid, maar aan democratische of feministische waarden.
“Democratische stemmen moeten aanwezig zijn in digitale niches. Het is wachten op de eerste trainer-influencer die fitness niet koppelt aan reactionaire mannelijkheid, maar aan democratische of feministische waarden.”
Prof. dr. Ico Maly
De afwezigheid van democratische stemmen in die niches is volgens mij een fundamenteel probleem. Het gaat niet alleen om het weerleggen van extreme narratieven, maar ook om het verbeelden van een wereld die je wél wil. Dat betekent dat je actief content moet produceren binnen de bestaande mainstream mediaomgeving, ook al is die omgeving niet gemaakt voor wie wil bouwen aan een rationele publieke sfeer waarin nuance en diepgang centraal staan.
De digitale ruimte is vandaag zo ingericht dat je eigenlijk voortdurend content moet verspreiden. Kwantiteit primeert vaak op kwaliteit. En toch kunnen we het ons niet permitteren om daar afwezig te blijven. Je moet elke dag een boodschap brengen, maar telkens aangepast aan het platform: op Instagram, TikTok en YouTube, maar evengoed op Telegram of Rumble. De inhoud moet herkenbaar blijven, maar de vorm moet verschillen naargelang de plek waar je spreekt. Dat kwantitatieve spel moet je mee aangaan als je echt een verschil wil maken.
“Complottheorieën weerleggen, dat doe je niet gewoon door tegenargumenten te geven. Je verhaal moet afgestemd zijn op je doelpubliek.”
Katrien Vanlerberghe
VANLERBERGHE: In criminologisch onderzoek bestaat er ook bezorgdheid over zogenaamde counter narratives, omdat die vaak ontwikkeld worden zonder stevige theoretische basis. Er wordt niet altijd stilgestaan bij welk effect zo’n tegenverhaal precies heeft. Je kan een narratief proberen te weerleggen met een ander narratief en dat vervolgens de wereld insturen, maar zulke boodschappen hebben niet op iedereen dezelfde impact.
Als je gewoon zegt: “Voilà, dit is het verhaal en we verspreiden het”, dan loop je het risico op backlash bij bepaalde groepen. Complottheorieën rond covid weerleg je bijvoorbeeld niet zomaar door tegenargumenten te geven. Je verhaal moet ook afgestemd zijn op het doelpubliek, en daar wordt niet altijd voldoende rekening mee gehouden. Het idee om democratische tegenstemmen in verschillende niches aanwezig te maken, kan die hindernis deels omzeilen.
MALY: Klopt. Er is een verschil tussen organisaties die narratieven produceren en een cultuur waarin deze verhalen organisch groeien. Het sterkste effect ontstaat wanneer ideeën van onderuit komen met verhalen die authentiek aanvoelen.
Wat kunnen organisaties uit het middenveld doen om zo’n authentiek verhaal te brengen?
MALY: Eerst en vooral moet je content creëren: je verhaal brengen op verschillende platformen en in verschillende formats. Daarnaast moet er een infrastructuur komen die organisaties uit het middenveld ondersteunt om deze strijd ook echt te voeren. In België hebben we een sterk en uniek middenveld, én er is financiering. In theorie is er dus voldoende capaciteit om een systeem te bouwen van influencers die elkaar versterken en elkaars content mee verspreiden.
Want viraliteit ontstaat niet vanzelf, die moet je organiseren. Daarin zijn we vaak te afwachtend: we hopen dat content organisch opgepikt wordt. Maar als je kijkt naar hoe Schild & Vrienden (red.: een rechts-radicale jongerenbeweging) dat aanpakt, zie je dat verspreiding heel sterk gestuurd wordt. Binnen enkele minuten zijn er tientallen mensen die content liken en delen. Daarnaast wordt gewerkt met valse profielen en met internationale netwerken die dezelfde content ook in andere landen verspreiden. Misschien moeten we de aan elk lid van onze respectievelijke organisaties vragen: “Ons filmpje komt die dag op dat moment online, kunnen jullie het allemaal even delen binnen de vijf minuten?” Precies over dat soort georganiseerde verspreiding moeten democratische organisaties veel strategischer nadenken.