Het racisme in Brussel aanpakken: Yes we can!

Als we het over racisme hebben, dan hebben we het vaak over hoe het aanwezig is in verschillende domeinen van het leven. Dat is uiteraard een noodzakelijke stap om het bestaan van discriminatie en racisme te beschrijven en aan het licht te brengen. Maar vaak gaan we niet verder dan dat. We negeren meestal de vraag hoe we iets kunnen doen aan racisme. Het feit dat steden zoals Brussel ‘superdivers’ zijn, lost racisme niet automatisch op. De volgende stap is dat we strategieën moeten bedenken, bespreken en uitvoeren die racisme ontmantelen in alle domeinen van het leven, zowel op individueel als op structureel niveau.

Door: Dounia Bourabain, Laura Westerveen, Saafa Charafi, Géraldine André

Om racisme te kunnen aanpakken moeten we graven naar de wortels van racisme zelf. Racisme is te verklaren vanuit de vooringenomenheid en vooroordelen die individuen hebben tegenover ‘anderen’ die ze niet beschouwen als leden van hun groep. Die vooringenomenheid en vooroordelen ontstaan door een automatisch proces in onze hersenen dat alle dagelijkse impulsen indeelt in categorieën. Om greep te krijgen op de complexe wereld waarin we leven, maken onze hersenen ‘bestanden’ aan en stoppen ze iedereen in vakjes door groepen mensen te verbinden met een aantal vereenvoudigde eigenschappen. Zo kan een gesluierde vrouw bijvoorbeeld stereotiepe beelden oproepen van culturele inferioriteit. Die bestanden worden regelmatig beïnvloed door de boodschappen die je hersenen elke dag verwerken.

De belangrijkste kanalen waarlangs die boodschappen doorgegeven worden, zijn ouders, onderwijs, (sociale) media, enzovoort. Hoewel de meeste mensen als excuus inroepen dat ze niet kunnen verhinderen dat hun hersenen aan stereotypering doen, kunnen we wel degelijk iets doen aan ons gedrag. We kunnen iets veranderen aan de bestanden in onze hersenen als we ons actief inzetten om ons meer bewust te worden van racisme in de samenleving. De vraag is wat we kunnen doen om ons bewustzijn te veranderen en om racisme aan te pakken in onze buurt, school, vrijetijdsvereniging of lokale jeugdclub.

Vooringenomenheid en vooroordelen ontstaan door een automatisch proces in onze hersenen dat alle dagelijkse impulsen indeelt in categorieën.

Het antwoord is: Breng mensen samen! De meeste publieke ruimtes in Brussel zijn nog altijd strikt gescheiden naargelang etnische achtergronden. Die segregatie zie je in de huisvesting, in scholen, op het werk en ook op recreatieve plekken, zoals in vrijetijdsverenigingen. Segregatie verhindert dat (etnische) groepen elkaar ontmoeten, waardoor we de kans niet krijgen om onze mening over anderen te veranderen. Wat we nodig hebben, is positief contact tussen groepen in onze dagelijkse interacties. “Is het dan zo eenvoudig?”, vraagt u zich misschien af. Er moet aan bepaalde criteria worden voldaan als we echt willen dat die contacten leiden tot minder vooroordelen. Het eerste criterium is dat alle deelnemers aan de interactie een gemeenschappelijk doel hebben. Dat kan makkelijk mogelijk worden gemaakt in klassen waar studenten samenwerken of op werkplekken waar groepsinspanningen aangemoedigd worden. Een tweede criterium is dat iedereen binnen de interactie dezelfde status moet hebben. Dat betekent dat de groep geen dominante leider mag hebben, die het gesprek naar zijn hand probeert te zetten. Een derde criterium is samenwerking binnen de groep. Dat houdt in dat iedereen in de groep een rol moet krijgen om het gemeenschappelijke doel te bereiken. En tot slot zorgt ondersteuning door de overheid of door de wet voor een stevigere basis om de interactie tussen mensen met een verschillende etnische achtergrond te vergroten.

Als je rekening houdt met die criteria, kunnen we ons voorstellen dat het mogelijk is om vooroordelen en dus racisme op lange termijn te verminderen. Hoe kunnen we dat in Brussel precies doen? Op publieke plaatsen kunnen de criteria voor positief contact tussen groepen gemakkelijk toegepast worden. Voor de jongere generatie kunnen we bijvoorbeeld inzetten op vrijetijdsverenigingen, waarin leden samen werken aan een gemeenschappelijk doel – zoals een nieuwe sport leren – als gelijkwaardige leden van een team. Dat bewijst dat ontmoetingen tussen groepen ondersteund kunnen worden binnen bestaande instellingen.

Op publieke plaatsen kunnen de criteria voor positief contact tussen groepen gemakkelijk toegepast worden. Voor de jongere generatie kunnen we bijvoorbeeld inzetten op vrijetijdsverenigingen, waarin leden samen werken aan een gemeenschappelijk doel – zoals een nieuwe sport leren – als gelijkwaardige leden van een team.

Racisme heeft een impact op zowel onze dagelijkse ontmoetingen als onze maatschappelijke instellingen, zoals op het onderwijssysteem en de economie. Het kan niet alleen aangepakt worden op het niveau van individuele interacties, er moet ook structureel op ingegrepen worden. Het bestaan van institutioneel racisme moet erkend worden. Die vorm van racisme vindt zijn oorsprong in hoe onze maatschappelijke instituties in elkaar zitten. In tegenstelling tot individueel racisme verwijst institutioneel racisme niet naar individuele vooroordelen van mensen, maar veeleer naar de manieren waarop institutionele beleidslijnen en praktijken ongelijkheden tussen minderheden en de meerderheid veroorzaken. Als minderheidsstudenten bijvoorbeeld systematisch terechtkomen in minder bevoorrechte scholen of in lagere onderwijsrichtingen, kunnen we dit ‘institutioneel racisme’ noemen. Dat weerspiegelt niet noodzakelijk – of niet alleen – de vooroordelen van een bepaalde leerkracht tegenover een bepaalde student, maar ook de manier waarop de instituties georganiseerd zijn. Terwijl het recht op gelijke behandeling grotendeels verankerd is in onze wetten, wordt vaak niet erkend dat minderheden niet op gelijke voet deelgenomen hebben aan de opbouw van onze instituties.

Om te garanderen dat alle groepen op gelijke basis kunnen deelnemen aan sociale interactie, moeten we erkennen dat door de meerderheid bepaalde, geïnstitutionaliseerde normen en waarden (opzettelijk of indirect) minderheden in de samenleving kunnen benadelen. Neem bijvoorbeeld de standaardregel van bepaalde werkgevers die een hoofddoek op het werk verbiedt. Die standaard leidt ertoe dat elke vrouw die een hoofddoek draagt, structureel uitgesloten wordt van de arbeidsmarkt. Alleen als we dit erkennen, kunnen we beginnen na te denken over hoe we onze instituties kunnen veranderen om racisme op structureel niveau aan te pakken.

Wat we nodig hebben, is positief contact tussen groepen in onze dagelijkse interacties. “Is het dan zo eenvoudig?”, vraagt u zich misschien af.

Racisme op structureel niveau aanpakken betekent ook dat er redistributieve beleidsmaatregelen genomen moeten worden. Institutioneel racisme leidt in essentie tot een ongelijke verdeling van macht en middelen tussen minderheids- en meerderheidsgroepen. Als we daar verandering in willen brengen, moeten we onze institutionele beleidslijnen en praktijken zo aanpassen dat ze een gelijkere verdeling bevorderen. Een groot deel van de huidige antidiscriminatiewetgeving is erop gericht de gelijke behandeling van minderheidsgroepen te waarborgen. Dat is belangrijk, maar het volstaat niet om volledige gelijkheid te bereiken, wat blijkt uit de aanhoudende ongelijkheid waarmee minderheidsgroepen geconfronteerd worden.

Vanwege de structurele aard van racisme moeten we antidiscriminatiemaatregelen die individueel racisme willen bestrijden, combineren met de uitwerking van een ‘kleurenbewust’ gelijkheidsbeleid. Dat is beleid dat ongelijkheid aanpakt door etnische of raciale minderheden te erkennen (bijvoorbeeld bij het bepalen van de doelgroep van beleidsmaatregelen). Daaronder vallen ook positieve acties. Positieve acties zijn beleidsmaatregelen die gelijkheid promoten door de nadelen die geracialiseerde en ander minder bevoorrechte groepen ondervinden te voorkomen of te compenseren. Dat kan gaan van strategieën van actieve rekrutering buiten de traditionele netwerken tot maatregelen ter bevordering van een gelijke vertegenwoordiging in besluitvormingsprocedures.

Vanwege de structurele aard van racisme moeten we antidiscriminatiemaatregelen die individueel racisme willen bestrijden, combineren met de uitwerking van een ‘kleurenbewust’ gelijkheidsbeleid.

In Brussel, zowel in de stad als in het gewest, bestaan er nog altijd structurele ongelijkheden tussen meerderheids- en minderheidsgroepen in onderwijs, werkgelegenheid, huisvesting en andere belangrijke maatschappelijke domeinen. In 2017 heeft het Brussels Hoofdstedelijk Gewest een nieuwe antidiscriminatiewetgeving goedgekeurd. Die wetgeving staat praktijktesten en mysterycalls toe: dat zijn veldexperimenten waarbij de aanwezigheid van racisme wordt getest, gebaseerd op real-life-waarnemingen. Daarmee gaat Brussel in zijn antidiscriminatiewetten en -regels verder dan de andere gewesten.

Maar ondanks die wetgeving moeten er volgens ons nog concrete positieve acties komen ter ondersteuning van verschillende actoren en domeinen. Zo lijkt de praktijk in het Franstalige en Nederlandstalige onderwijs om leerlingen vroeg voor een bepaalde onderwijsrichting te laten kiezen, nadelig te zijn voor leerlingen met een migratieachtergrond, terwijl het systeem zo zou kunnen worden aangepast dat de keuze voor een bepaalde onderwijsrichting pas later gebeurt. Een ander voorbeeld is de werkgelegenheid. De regering zou kunnen streven naar een betere vertegenwoordiging van alle bevolkingsgroepen in publieke functies door minderheidssollicitanten actief op te sporen en ze te steunen tijdens de sollicitatieprocedure. Dat zijn maar twee van de vele voorbeelden die we kunnen geven.

Hoewel de meeste mensen als excuus inroepen dat ze niet kunnen verhinderen dat hun hersenen aan stereotypering doen, kunnen we wel degelijk iets doen aan ons gedrag.

Brussel is als stad en gewest superdivers, maar wordt nog altijd gekenmerkt door racisme en de daaruit voortvloeiende ongelijkheid. Omdat racisme op een aantal verschillende, maar intergerelateerde niveaus speelt, stellen we een tweeledige strategie voor om het te bestrijden. Op individueel niveau kan de aanmoediging van contact tussen groepen helpen om vooroordelen aan te pakken en racistische stereotypering van de ‘ander’ tegen te gaan. Om het contact tussen groepen in Brussel aan te moedigen, zijn er ruimtes nodig voor positieve ontmoetingen op gelijke basis. Op structureel niveau kunnen de erkenning van institutioneel racisme en de invoering van positieve acties leiden tot meer gelijkheid tussen meerderheids- en minderheidsgroepen op het gebied van onder meer onderwijs en werkgelegenheid. Het idee dat racisme ‘onvermijdelijk’ en ‘onoplosbaar’ is, zou niet langer als excuus mogen gelden. Racisme kan bestreden worden en we kunnen er iets aan doen. Yes we can! 

Meningen over migratie, gelijkheid en racisme

Dit artikel is gepubliceerd in het boek ‘Migratie, gelijkheid en racisme: 44 opinies‘. Daarin bekijken VUB-wetenschappers en co-auteurs de themaes vanuit uiteenlopende invalshoeken. Ze benoemen problemen en suggereren oplossingen. Je kan het boek HIER vinden in het Nederlands en Engels.

Naar aanleiding van de Internationale Dag tegen Racisme en Discriminatie, plaatsen we komende week drie opiniestukken uit het boek. Deze vind je hieronder:

No one is illgal. Niemand is illegaal! Personne n’est illégal?  

Geef steden de middelen om zelf werk te maken van integratie van migranten.

Het Hannah Arendt Instituut publiceert op gezette tijdstippen opiniestukken die mogelijkheid geven tot constructief debat. De inhoud van deze stukken valt uiteraard volledig onder de verantwoordelijkheid van de auteur(s).

 

Foto’s: unsplash.com

 

Delen
Share on facebook
Share on twitter
Share on linkedin

Prater, denker of doener?

Schrijf in op onze nieuwsbrief. Wij mikken op debat, wetenschap en actie.