Sociaal werk en handelingsbeperktheid: drie mogelijkheden om uit impasses te raken

“Het idee dat ik aan Arendt ontleen is dat het intermenselijk verkeer steeds meer trekken krijgt van maakbaarheid en controleerbaarheid. Dat staat haaks op het idee van menselijk handelen als fragiele interacties die zich nauwelijks laten voorspellen. Je wéét niet wat jouw actie uitlokt; je handelen is altijd een bijdrage aan wat Arendt ‘een web van relaties’ noemt.”

Will Van de Laak in Aan het werk met Hannah Arendt, professionals in onderwijs, zorg en sociaal werk, 2018.

Sociaal werk leent zich niet tot standaardisatie. Al proberen we dat momenteel toch zoveel mogelijk te verwezenlijken. Als de hulp voorhanden is en voor anderen heeft gewerkt: waarom zijn er dan mensen die niet op het aanbod ingaan? En als ze dat niet doen, is het dan hun eigen keuze waar ze, als handelingsbekwame personen, zelf verantwoordelijk voor zijn? Moeten ze dan de gevolgen maar dragen?

In deze tekst vind je drie uitgewerkte tips die je kunnen helpen bij impasses in het sociaal werk. Meer bepaald impasses waar het niet zomaar duidelijk is wat je als hulpverlener nog kan beteken voor een cliënt, in de plaats van veiligheidsdiensten. Eerst geven we meer uitleg over hoe die impasses ontstaan en hoe we die kunnen aanpakken. Tenslotte bespreken we drie toepassingen van die aanpak.

Voor sociaal werkers bestaat er vanouds een soort gulden regel: het zelfbeschikkingsrecht. Dat houdt in dat als een persoon geen hulpverlening wenst, dat een sociaal werker niets mag ondernemen. De uitzondering op die regel is een levensbedreigende situatie: als het leven van een cliënt, werknemer, jongeren, etc. in gevaar is, dan ben je als sociaal werker verplicht om er ten minste melding van te maken.

Wat doe je als er geen hulpvraag komt, omdat de betrokken persoon het vertrouwen in de maatschappij heeft verloren?

Er zijn echter meer complexe situaties. Want wat doe je als er geen hulpvraag komt, omdat de betrokken persoon het vertrouwen in de maatschappij heeft verloren? Dat geeft een sociaal werker, of als iemand die gelijkaardig werk doet, handelingsbeperktheid. Z/hij loopt dan tegen het zelfbeschikkingsrecht aan, maar voelt toch aan dat er iets ondernomen moet worden. De persoon, waarop je betrokken bent, stelt geen hulpvraag omdat z/hij het vertrouwen in vrijwillige en/of professionele hulpverlening verloren is.

Het sociaal contract: ik geef, opdat jij zou geven

Socioloog Loïc Wacquant noemt deze situatie een gebroken sociaal contract. Wie beter wil begrijpen hoe dat ontstaat, zal zijn boek Paria’s van de stad (in 2008 vertaald door uitgeverij EPO) koesteren. Vanuit zijn etnografische studies in het zogenaamde ghetto van Chicago en de banlieus van Parijs verklaart Wacquant hoe het verdwijnen van de sociale voorzieningen een ghetto transformeert tot een plek waar geweld en illegaliteit meer te bieden hebben dan de wetten en voorzieningen van het land. Dat is geen ver van ons bed show. Ik heb hetzelfde vastgesteld in 2008/2009 in de Brusselse Maritiemwijk, waar jongeren moesten vaststellen dat drug- en autozwendel hun meer te bieden heeft dan onze maatschappij. Deze jongeren stellen echter absoluut geen hulpvragen. Toch zijn er ook regels aan sociaal werk die je weerhouden om het dan maar tot leed en politie interventies te laten komen.

Handelingsbeperktheid doorschuiven naar politie, leidt tot moeilijkheden. (Zie wat dat betreft ook het filmpje op onze website over samenwerken met politie.) Er moeten ook een aantal incidenten passeren, vooraleer politie iets aanhangig kan maken bij het parket en hulpverlening wel kan worden opgelegd.

Een zaak voor politie?

De film Minority Report illustreert wat er gebeurt als politie een dossier zou kunnen opbouwen om iemand te veroordelen voor er voldoende grond toe is. In deze science fiction wordt het hoofdpersonage hier als agent uitgestuurd om mensen op te pakken en voor decennia in de gevangenis te draaien op basis van een toekomstvoorspelling door een technologisch versterkte helderziende. Zo doet deze film ons inzien dat je niemand kan veroordelen voor iets waarvan z/hij niet eens weet dat z/hij het zou gaan gedaan hebben.

Minority Report is een karikatuur van het huidige denken, maar het gevolg daarvan is wel dat er effectief voldoende incidenten geweest moeten zijn, voor sociaal werk kan worden opgelegd. En die incidenten brengen menselijk leed met zich mee, wat ongewenst is en het sociaal contract breekt. Onze grondwet zegt ook dat ieder recht heeft op een menswaardig leven. Sterker nog: Eenieder wordt geacht dat te kennen.

De wet is hard, maar het is de wet

Artikel 23 van de belgische grondwet zegt dat iedereen recht heeft op een menswaardig bestaan. Dat wordt dan verder vertaald in wetten en decreten die bepalen hoe diensten en voorzieningen zoals het ocmw, zorg op school en jeugdwerk.

Dat menselijk leed vooraf zie ik in mijn veldwerk terug als frustraties die ook een inbreuk zijn op het zelfbeschikkingsrecht. Waarom zie ik dat zo? Omdat het effectief is bij handelingsbeperktheid. We verduidelijken dat hieronder in drie toepassingen.

Als je er niet bent, dan kan niemand je wat vragen

Soms heeft een persoon geen hulpvraag, omdat z/hij geen vertrouwen heeft  in de diensten, organisaties, vrienden of familie die daarbij zouden kunnen helpen. En daar zijn de meeste diensten en organisaties niet helemaal op voorzien. Ze helpen grote groepen mensen en dat moet zo blijven, maar voor die personen die het vertrouwen in hulpverlening verloren zijn, moet er dus wat meer zijn.

Presentie of verhoogde aanwezigheid gebeurt buiten de kantooruren en -gebouwen, vraagt heel veel geduld en tijd & ruimte voor onvoorspelbaarheid.

Wat is er dan nodig? Presentie of verhoogde aanwezigheid, gebeurt buiten de kantooruren en kantoorgebouwen en vraagt heel veel geduld, en tijd en ruimte voor onvoorspelbaarheid. Vervolgens moet je dan die hulpvraag ook meteen en uiteindelijk effectief opnemen. Anders zakt dat vertrouwen nog dieper dan voorheen en ontstaat de vatbaarheid voor rekrutering door groeperingen, die illegale activiteiten hebben, zoals drugs, mensenhandel, geweld, enz., omdat die groepen dan wel die wel presentie waarmaken.

Belangrijk tijdens presentie is ook empathie voor de frustraties. Hoewel het zeker belangrijk is om duidelijk te zijn over wat onaanvaardbaar, abnormaal of illegaal is, is het nog belangrijker om empathie te hebben voor de onderliggende frustraties en de groeiende vertrouwensbreuk. Want ja, hulpverlening is voorwaardelijk, maar het is wel voor iedereen.

Pragmatiek bereikt meer dan stereotiepen

Vertrouwensbreuken komen voor in alle bepaalde subculturen of deel-gemeenschappen.

Hier wil ik vooral een groot pleidooi houden voor pragmatisch handelen. Laat je niet leiden door stereotypen. Iedere persoon is anders en dat is geen probleem, maar een kans. Als je wil weten of een jongere mogelijk in de toekomst naar geweld zou grijpen: vraag het hen dan. Toon die betrokkenheid, want dat maakt een enorm verschil.

Als je wil weten of een jongere mogelijk in de toekomst naar geweld zou grijpen: vraag het hen dan.

In dit stuk put ik even uit de ervaring met moslimjongeren. Vooral rond 2015-2016 werd het voor Mechelse jongeren duidelijk dat hulpverlening betrouwbaarder werd wanneer je sympathie had voor DAESH (beter gekend als “IS”). Om er enkele te noemen: één van hen eiste islamisering op school, een andere maakte een DAESH collage, nog een andere schreef IS op de muur. Al deze jongeren hadden een groter vertrouwen in Islam dan in andere ondersteuning, maar geen van van hen had op dat moment de ambitie om gewelddadig jihadisme als hun pad in Islam te kiezen. Mijn advies aan de sociaal werkers die het dichtst bij hen stonden was telkens: heb je hen zelf al eens gevraagd, wat de bedoeling is?

Acting out van jongeren zou deze sociaal werkers normaal niet afschrikken. Toch is DAESH erin geslaagd om islamofobie onder ons te versterken. De eerste jongere worstelde met zijn geweten na enkele overtredingen en het vergde twee dagen presentie voor zijn hulpvraag kwam. De tweede voelde zich enorm machteloos in zijn leven en het duurde twee jaar voor hij een hulpvraag kon stellen. De derde is ervan overtuigd dat hij altijd gestigmatiseerd zal worden en gelooft nog steeds niet in hulpvragen. Maar dat heeft allemaal niets met geloofsovertuiging of veiligheidsrisico’s te maken. Tenzij we geen betrokkenheid tonen.

Je kan iets onprettig vinden, maar je kan het niet oneens zijn met feiten

We kunnen meer zeggen dan vroeger en legitimeren dat als vrije meningsuiting. Dat is ook de bedoeling. Als universeel recht was de vrije meningsuiting initieel als absoluut bedoeld. Er zijn natuurlijk nog andere universele rechten die bijvoorbeeld beschermen tegen onterende behandeling en een eerlijk proces bij beschuldigingen.

Vandaag kan je op steeds meer plaatsen heel hatelijke dingen zeggen over personen en groepen. Wanneer je erop aangesproken wordt, dan kan je je verschuilen achter de vrije meningsuiting. Daar is vervolgens wel discussie over, maar dat vormt des te meer een rookgordijn waarachter de haat toch zijn doel treft.

Als we haat en leugens niet tot mening verheffen, dan zou de derde jongere uit de vorige toepassing hierboven, meer kunnen geloven in zijn zelfbeschikkingsrecht en het feit dat hij zijn leven kan leiden op een legitieme manier. Voor hem zijn er weerbaarheidstrainingen, jeugd- en preventiewerkers om hem te ondersteunen. Die dingen zijn er als uitwerking van artikel 23 van onze grondwet. Het zou natuurlijk efficiënter kunnen zijn om stereotypering te vermijden.

Conclusie

Wanneer je graag hulp wil verlenen, maar er geen hulpvraag is, dan zit je in een impasse. Soms is hulp dan gewoon niet het juiste antwoord. Als het dat wel is, dan loop je tegen een soort handelingsbeperktheid aan en die overbruggen vraagt geen nieuwe vaardigheden of methodieken, maar wel een meer intense inzet op wat voorzien en voorhanden is. Met presentie, pragmatiek en eerlijkheid kom je al een heel eind verder.

Presentie gaat over een een betrokken aanwezigheid op maat van de betrokkene. Dat vraagt veel geduld en een hoge mate van persoonlijke en systemische flexibiliteit. Pragmatiek gaat over open staan voor betrokkenen zoals ze zijn en daarmee aan de slag gaan. Probeer hen niet in een standaardoplossing te duwen op basis van stereotypen. Eerlijkheid gaat over het weigeren om in die stereotypen mee te gaan. Allemaal zijn het handelingsmogelijkheden die je zelf beschikbaar kan maken.


Delen
Share on facebook
Share on twitter
Share on linkedin

Alexander Van Leuven

Onderzoeker Hannah Arendt Instituut & KULeuven

Prater, denker of doener?

Schrijf in op onze nieuwsbrief. Wij mikken op debat, wetenschap en actie.