Waarom politiek meer is dan alleen maar feiten: emoties, polarisatie en democratie

Politiek draait niet alleen om feiten, maar ook om emoties. Wat is affectieve polarisatie en wat betekent ze voor onze democratie? Een interview met dr. Kamil Bernaerts en prof. dr. Bert Bakker.
Lees verder >>

Deel dit bericht

Moeten we het hebben over president Trump of over dictator Trump?

Kunnen we het nog hebben over president Donald Trump en de Verenigde Staten? Of moet het stilaan gaan over dictator Trump en zijn fascistisch regime? ‘Binnen een jaar gaan we deze discussie niet meer voeren. Dan zal het duidelijk zijn.’
Sara Vandekerckhove
Gepubliceerd op zaterdag 17 januari 2026 in De Morgen

“Donald Trump is het grootste gevaar voor de wereld sinds Adolf Hitler. En gezien de omvang van zijn leger en economie, misschien nog wel groter.” In een scherpe column schudt Rob Wijnberg, oprichter en hoofdredacteur van De Correspondent, aan de boom. Hij laakt daarbij de voorzichtigheid waarmee politici, maar ook academici en journalisten, alle gebeurtenissen in de Verenigde Staten omschrijven.

“Trump regeert zoals voorspeld door nagenoeg iedere fascismedeskundige: als een corrupte tiran die in kwaadaardigheid inmiddels het voorstellingsvermogen ruim te boven gaat”, schrijft hij. “Wie dan nog blijft praten alsof we hier te maken hebben met een ‘president’, een ‘regering’ en een ‘beleid’ in de normale zin des woords, verhult in taal wat voor de hele wereld inmiddels onmiskenbaar is: dit is een 21ste-eeuwse tirannie met een maffiabaas aan het roer en een fascistisch draaiboek in de hand.”

Dat de democratie in de Verenigde Staten onder druk staat, is een understatement. 2026 is nog geen maand bezig en inmiddels viel Trump een soeverein land binnen, kidnapte hij een president en dreigde ermee hetzelfde te doen in een resem andere natiestaten.

Ondertussen arresteren zijn tot de tand bewapende ICE-agenten in een hoog tempo migranten, schieten ze onschuldige burgers dood en liegt de bevoegde administratie openlijk over de ware toedracht ervan. Zijn tweede termijn is amper een jaar ver en in die tijd werden boeken verboden, universiteiten gecensureerd, politieke tegenstanders vervolgd en het internationaal recht als een vodje papier behandeld.

Maar vanaf wanneer is het democratisch bestel zodanig verdampt dat er nieuwe woorden nodig zijn om het over de Verenigde Staten te hebben? En welke woorden moeten dat dan precies zijn? Wijnberg is zeker niet de enige die oproept om het discours aan te scherpen. Hij hanteert daarbij de term fascisme, wat dan verwijst naar een extreem nationalistische en populistische ideologie met een machtige leider, sterke staatscontrole, het uitsluiten van ‘vijanden van het volk’ en het fnuiken van alle oppositie.

Initieel vond Robert Paxton, historicus en auteur van het vermaarde The Anatomy of Fascism, dat die omschrijving niet strookt met het Trump-regime. “We moeten voorzichtig zijn om zulke toxische labels te gebruiken”, klonk hij in 2017 in Harper’s Magazine nog terughoudend. Maar toen hij drie jaar later die woedende meute op tv het Capitool zag bestormen uit onvrede met Trumps verkiezingsnederlaag, veranderde hij het geweer van schouder en noemde hem in een opiniestuk openlijk een fascist. “Die omslag naar geweld was zo expliciet, zo openlijk en zo intentioneel, dat we de manier waarop we erover spraken wel moesten veranderen”, zei hij daar onlangs over in The New York Times. “Er was een nieuwe taal nodig, vond ik.”

Ook Jason Statley, auteur van How Facism Works en Erasing History: How Fascists Rewrite The Past to Control the Future, heeft het over een autoritair regime onder leiding van een fascistische leider. Zelf besloot hij vorig jaar om zijn aanstelling aan de universiteit van Yale op te zeggen en met zijn gezin naar Canada te verhuizen. “Om mijn kinderen te behoeden voor een fascistische dictatuur”, verkondigde hij toen. Ook zijn collega-historici Timothy D. Snyder en Marci Shore maakten uit dezelfde overweging de overstap naar een Canadese universiteit.

Al is er ook een meer behoedzame tegenstroom. Die ontkent niet dat dat de VS naar een autoritaire staat evolueren, maar benadrukt wel dat het er nog geen is. Nadat de drie Amerikaanse proffen hun bezorgdheid en vlucht uit de VS wereldkundig hadden gemaakt, stonden andere academici op de rem. Omdat fascisme een beladen term is, die meteen doet denken aan oorlog, totalitarisme en genocide. En omdat de exacte definitie ervan niet per se helemaal strookt met de overzeese realiteit.

Een heel nieuw fenomeen

Onder meer historicus Bruno De Wever benadrukte toen dat de term niet de lading dekt als het over de VS gaat. “En daar sta ik nog steeds achter”, zegt hij. “Aan fascisme kleven toch een aantal kenmerken die je met de beste wil van de wereld niet kunt plakken op Trump. Zo is Trump een grote voorstander van de kapitalistische wereldeconomie, terwijl het bij fascisme net de staat is die de economie controleert. Dat is maar één voorbeeld, maar er zijn er nog. Wat we in de Verenigde Staten zien is een heel nieuw fenomeen. Is het verontrustend wat daar gebeurt? Absoluut. Maar ik heb de notie ‘fascisme’ niet nodig om te waarschuwen voor Trump. Ik weet dat er heel invloedrijke fascismespecialisten zijn die het anders zien, maar die spreken meer als activist dan als historicus.”

Zelf verwijst hij naar een bijdrage in De Groene Amsterdammer van Frank Verwee, de gewezen directeur van het Nederlands instituut voor Oorlogsdocumentatie. Die heeft het over illiberalisme en een illiberale democratie, een systeem waarbij stelselmatig constitutionele vrijheid wordt beperkt en burgers fundamentele rechten en vrijheden worden ontnomen, maar waarbij er wel een minimale aanwezigheid van democratie is: een meerpartijenstelsel, regelmatige verkiezingen, vrijheid van meningsuiting en vergadering.

In een interview met deze krant begin deze maand definieerde politicoloog en specialist radicaal-rechts Cas Mudde (Universiteit van Georgia) het als een “imperfecte democratie met een autoritaire leider.” Zelf vindt hij het te vroeg om het over een autoritair regime te hebben, net omdat de democratische instituties in het land officieel nog steeds werkzaam zijn. Er verschijnen nog steeds opiniestukken waarin het regime van Trump op de korrel wordt genomen en een massademonstratie als No Kings bewijst dat protest nog steeds mogelijk is.

“Ja, je kunt natuurlijk een discussie voeren over wanneer iets een regime wordt”, zegt Wijnberg. “Maar voor de vrouw die is doodgeschoten achter haar stuur omdat ze probeerde weg te rijden van de paramilitaire knokploeg van Trump, is het wél al zover. Voor de mensen die zonder proces in een gevangenis in El Salvador gegooid zijn, zonder aanklacht en zonder bewijsvoering, evenzeer. Dus wie waarschuwt voor ‘alarmisme’, zou zichzelf hardop moeten afvragen: waar ligt de grens? En is het dan niet al te laat?”

Dood en verderf

Misschien is de vraag niet of het om een ‘fascistisch regime’ dan wel een ‘imperfecte’ of ‘illiberale democratie’ gaat. Maar wel: hoe geven we voldoende duidelijk aan dat de situatie ernstig is en dat het niet langer business as usual is. Ontbreekt de urgentie als we er geen labels op kleven die in de hoofden van mensen associaties oproepen met dood en verderf?

Christophe Busch, master in de holocaust- en genocidestudies, directeur van het Hannah Arendt Instituut en ex-directeur van Kazerne Dossin, erkent dat er nood is aan urgentie. We spreken hem net nadat hij een lezing heeft gegeven in Utrecht met de ronkende titel ‘Democratie in verval’. Zou hij zelf Trump met Hitler vergelijken en de term fascisme gebruiken? Niet per se. Maar de oude begrippen zijn evenmin de juiste.

“Het probleem is dat wij als West-Europeanen ons niet meer kunnen verbeelden dat een democratisch systeem niet gegarandeerd is. Terwijl we nu zien dat een van de grootste leveranciers van democratische concepten en praktijken een van de grootste bedreigingen is geworden.”

De democratie is in verval, benadrukt hij. En dus is de vraag of we moeten wachten tot ze helemaal afgebrokkeld is, vooraleer we het ook zo kunnen benoemen. “Het is geen aan-uitknop. We zouden dat natuurlijk graag hebben, dat het allemaal zo eenvoudig en helder is: oké, nu zijn ze een dictatuur en nu kunnen we het ook zo beschrijven. Het is een gradueel proces, al moeten we beseffen dat Trump en zijn volgelingen al heel ver gevorderd zijn in de institutionele afbraak van de democratie.”

Een proces dat bovendien erg snel gaat. In het recentste rapport van het onderzoeksinstituut V-Dem uit april vorig jaar is de conclusie over de VS allerminst prettig om lezen. Waar de democratie tijdens zijn eerste termijn zeker een aantal deuken heeft opgelopen, zien ze tijdens zijn tweede termijn hoe de ontmanteling ervan met rasse schreden vooruitgaat. ‘Gaan de VS richting een volledige afbraak van de democratie?’, vragen de auteurs zich af. En dan is er in dat rapport nog geen sprake van de wanddaden van ICE, de coup in Venezuela of het bedreigen van een NAVO-lidstaat, wegens gebaseerd op de gebeurtenissen uit 2024.

“We staan op een kantelpunt”, zegt politicologe Karen Celis (VUB). “Als je alle feiten naast elkaar legt, kun je niet ontkennen dat daar een snel proces van autocratisering plaatsvindt. Kunnen we het nog omkeren? Ik denk het wel. Een democratie met een lange geschiedenis heeft doorgaans een lange doodsstrijd. Maar de manier waarop we over Trump en co. praten, daar moeten we goed over reflecteren. Te vaak wordt hij voorgesteld als een clown, een running joke. Terwijl we die man heel erg ernstig moeten nemen.”

Daar is volgens haar ook een belangrijke taak weggelegd voor journalisten. “Je merkt hoe de berichtgeving toch nog gekleurd wordt door de lange traditie van het bondgenootschap. Terwijl dat vandaag niet meer de realiteit is.”

Klassieke nieuwsmedia zijn volgens Wijnberg sowieso niet opgewassen tegen de huidige ontwikkelingen. “Dat kun je bijna niet in normale journalistieke formats en termen vatten. Zeker niet als je als nieuwsmedium ook nog een soort ideologie van zogenaamde objectiviteit en neutraliteit aanhangt, iets waar ik overigens niet in geloof. Dan krijg je een soort absurde manier van praten over de gebeurtenissen die steeds verder af staat van wat er daadwerkelijk gebeurt.”

Propaganda

Hij geeft het voorbeeld van de onwettige claim die Trump maakt op Groenland. “Als je op zo’n moment Trump benadert als een normale politicus en stukken maakt als ‘Vijf redenen waarom Trump geïnteresseerd is in Groenland’, dan verpak je de werkelijkheid in een taal die geen recht doet aan het krankzinnige en extremistische karakter van wat er gebeurt.”

Ook verwijst hij naar het twee uur durende interview dat The New York Times had met Trump. “Ze laten hem video’s zien van die vermoorde vrouw in Minneapolis (Renee Nicole Good, SV) en hij ontkent gewoon straal de werkelijkheid die voor zijn ogen wordt afgespeeld. Als je op zo’n moment hem gaat citeren zoals je – welja – een president citeert, dan ben je onbedoeld bezig met het verspreiden van propaganda.”Een nieuwe realiteit vereist een nieuwe aanpak en een nieuw vocabulaire. Dat academici het daarbij moeilijker hebben met de vergelijking met Hitler en fascisme, verrast Wijnberg niet. “De wetenschap is sowieso geen uitgesproken sector. Hoelang heeft het geduurd voordat wetenschappers bij wijze van spreken durfden zeggen dat de klimaatverandering een probleem is? We hadden een Zweedse scholier nodig vooraleer daar wat beweging in kwam. Ik hoor ook wel eens mensen zeggen: de vergelijking met Hitler is niet gepast want Hitler had duizenden concentratiekampen en miljoenen doden op zijn geweten. Als je de vergelijking pas mag maken als dat het geval is, dan leer je niks van de geschiedenis. Dan leer je niks van de aanloop naar dat eindpunt.”

Het probleem, benadrukt Wijnberg, is dat als je er nog voor kunt waarschuwen, je per definitie te vroeg bent. “Dat is net het kenmerk van een fascistische machtsgreep. Dat ontvouwt zich op zo’n manier dat als het label echt van toepassing is op de werkelijkheid als geheel, je de vrijheid niet meer hebt om het label er op te plakken.”

Terecht punt, vindt Celis. “Achterover leunen en beweren dat het allemaal wel zal meevallen en dat we niet zo alarmistisch moeten zijn: dat is makkelijk van op een afstand. Vraag het maar aan de vrouw die maar niet aan de abortuspil geraakt, de immigrant of de queer academicus.”

En dan gaat het niet alleen over de woorden, maar over daden en verzet. Of zoals Anthony DiMaggio, professor politieke wetenschap (Lehigh Universiteit) en auteur van Rising Fascism in America: It Can Happen Here, oproept: “De tijd dringt voor de bevolking van dit land om in actie te komen. Als we niet snel handelen, zal er weinig overblijven om te verdedigen.”