Reis naar Sarajevo en de Balkan

Herinneringseducatie in samenwerking met Davidsfonds Cultuurreizen.

Op zoek naar de sporen van de genocide in Bosnië en Herzegovina

Tussen 1992 en 1995 woedde een hevige oorlog in Bosnië en Herzegovina. De meeste Bosnische Serviërs waren het niet eens met de onafhankelijkheid van het land en wilden hun eigen Servische staat. In 1993 begonnen ook de Bosnische Kroaten te vechten voor een ‘eigen’ stuk waardoor het regeringsleger, met overwegend Bosniaks (Bosnische moslims), van twee kanten in het nauw kwam te zitten. 

Dit alles leidde tot belegering van steden, verwoesting, etnische zuivering en genocide. Na de val van de moslimenclave Srebrenica en het ingrijpen van de NAVO, maakte het Daytonverdrag uit 1995 officieel een einde aan de oorlog. Maar tot vandaag zijn de sporen van het geweld sterk aanwezig. 

Tijdens deze reis ga je op zoek naar deze sporen. Een veelzijdig programma met bezoeken, lezingen, gesprekken en getuigenissen geeft de deelnemers inzicht in de historische feiten, in de Bosnische herinneringscultuur, in het fenomeen polarisatie én in de veerkracht van een samenleving.

Deze reis is georginseerd in samenwerking met Davidfonds Cultuurreizen.

De reis praktisch

Inzicht in de veerkracht van een samenleving

Data

De reis gaat door van 6 tot 13 november.

Programma

In 8 dagen bezoeken we Sarajevo, Srebrenica, Mostar, Tuzla en Prijedor.

Prijs & deelnemers

Prijs obv 2-persoonskamer: € 1.795. Toeslag 1-persoonskamer: € 285.

Info en boekingen

Bezoek de website van Davidsfonds Cultuurreizen voor meer details en boekingen.

Sarajevo, een verborgen parel, smeltkroes van islamitische, katholieke en orthodox-christelijke culturen. Toch is het voor heel wat reizigers onontgonnen terrein. Dat heeft alles te maken met het gruwelijke geweld dat de regio dertig jaar geleden teisterde. De hele westelijke Balkanregio onderging een periode van gewelddadige strijd bij het uiteenvallen van Tito’s Socialistische Federale Republiek Joegoslavië. We zoeken de sporen op van dit verleden.”

Marjan Verplancke

Reisleiders