Een algoritme voor de democratie

Met ontzetting volgde de wereld op 6 januari de extreemrechtse bezetting van het Capitool. Vijf mensen lieten het leven, en niemand kan voorlopig zeker zijn dat het daarbij blijft. Nog veel ontzettender is dat volgens eerste opiniepeilingen 45% van de Republikeinse stemmers de bestorming van het Capitool steunt. Dat zijn ruwweg 33 miljoen Amerikanen. Niet zo verwonderlijk aangezien meer dan de helft van de Republikeinen gelooft dat de presidentsverkiezingen gestolen werden door een Democratische samenzwering.

De ideale ondergeschikte van een totalitair regime is niet de overtuigde nazi of communist, maar de persoon die het onderscheid tussen feit en fictie niet meer kent, schreef Hannah Arendt in de nadagen van WOII. 25 jaar na haar overlijden is zij in de VS zowat de meest gelezen filosofe geworden. Ook onze premier verwees donderdag in de Kamer naar de strijd tegen ‘fake news’ als belangrijkste les uit het Amerikaanse debacle.

Ongelimiteerde vrijheid van meningsuiting?

In 2017 kon Tom Naegels nog in De Standaard beweren dat ‘fake news een fake probleem is’. Hij verwees naar onderzoek waaruit blijkt dat de grote meerderheid van ons nieuwsdieet vooralsnog niet bestaat uit bewust vervalst nieuws, én dat het zeer moeilijk is het precieze effect van fake news op overtuigingen, laat staan handelingen van mensen te achterhalen. We moeten gewoon onze hoop stellen op een vrije samenleving waarin zo veel mogelijk meningen circuleren, concludeerde hij.

Er is wel degelijk een legitieme grond waarop kwalijke meningen geweerd kunnen worden uit het publiek debat.

Ook nu nog zijn er heel wat opiniemakers en politici wiens enige antwoord de ongelimiteerde vrijheid van meningsuiting is. Wat ze vergeten, is dat ook de grondleggers van het vrije woord steeds uitzonderingen voorzagen in geval men schade toebrengt aan anderen (denk aan laster en eerroof) of de publieke veiligheid in gevaar brengt (zoals aanzetten tot haat of geweld). Er is dus wel degelijk een legitieme grond waarop kwalijke meningen geweerd kunnen worden uit het publiek debat.

Gebeurt dat niet, dan voert een laissez-faire houding ons recht naar de afgrond. Ondanks een overwicht aan feitelijke berichten zien we nu hoe vergiftigd de publieke sfeer kan raken. En wie denkt dat het ergste over is met de bestorming van woensdag of zelfs een mogelijke afzetting van Trumpt, ijlt. Er is vandaag geen enkel land zonder wannabe-Trumps die de gebeurtenissen in de VS likkebaardend hebben gevolgd. 

Ondanks een overwicht aan feitelijke berichten zien we nu hoe vergiftigd de publieke sfeer kan raken.

Wat Tom Naegels in 2017 wél goed zag, is dat het probleem niet zozeer kwalitatief, maar vooral kwantitatief is. Het is niet de occasionele leugen, verdraaiing of scheldnaam, maar de aanhoudende misleiding, haatspraak en stereotypering waardoor mensen het noorden kwijtraken. We weten dit trouwens uit het strafrecht, en dat is bijvoorbeeld de reden achter die andere headline van afgelopen woensdag, de aankomende rechtszaak tegen Bart De Pauw: niet de occasionele ongepaste opmerking is schadelijk, maar het is de herhaling, het bombardement, die er een misdrijf van maken.

Te veel of te weinig filtering?

Die nadruk op het kwantitatieve zit ook achter het idee van de ‘filter bubble’ of echokamer: het zijn de sociale media-algoritmes die ons nieuws voorschotelen op basis van likes en aanbevelingen van onze vrienden, die tot verdwazing en sociale polarisatie leiden. De denkfout zit hem hier in het idee dat het probleem er één is van te weinig diversiteit en te veel filtering. Onderzoek wijst echter uit dat ook sterk geradicaliseerde burgers een behoorlijke mate van diversiteit te zien krijgen op hun Facebook-wall. Het partijdig-republikeinse Fox News toont ook heel wat beelden waarop Democraten hun standpunten uitleggen.

Het echte probleem van Facebook of Fox News is niet de veelheid aan opinies, maar het ontbreken of schenden van de basisbeginselen van redactionele verantwoordelijkheid.

Het echte probleem van Facebook en Fox News is niet de veelheid aan opinies, maar het ontbreken of schenden van de basisbeginselen van redactionele verantwoordelijkheid. Met andere woorden, er is niet te veel, maar juist te weinig filtering, zowel bij sommige partijdige nieuwskanalen als bij de sociale mediaplatformen. Lange tijd vormden redacties de poortwachters van het publieke debat, en zorgden deontologische principes voor een evenwichtige filtering. Deze moeten in ere worden hersteld, en sociale media moeten mee in het bad.

Een belangrijke leidraad hierbij is het verschil tussen kwaliteit en kwantiteit, en tussen individueel censureren en brede verspreiding tegengaan. Grote voorzichtigheid is geboden wanneer individuele stemmen geweerd worden. Op iemands tenen trappen, of ‘politiek incorrect’ zijn, is dus geen grond voor ingrijpen. Democratisch verantwoorde filtering betekent in hoofdzaak inzetten op kwantiteit, niet op kwaliteit. Het gaat met andere woorden niet om censuur, maar om verspreiding, het al dan niet ‘amplificeren’ van bepaalde boodschappen. Welke berichten worden vleugels gegeven door ze op je wall of de voorpagina van je online krant te zetten? Hoe laten we afwijkende stemmen toe, maar vermijden we de herhaling en het bombardement?

Minder of betere algoritmes?

De prioriteiten zijn dus de actieve bestrijding van grootschalige desinformatiecampagnes, het bannen van personen die herhaaldelijk en systematisch over de schreef gaan, en het niet promoten (en actief de-promoten) van misleidende en haatdragende berichten. Mensen mogen allerlei (niet-strafbare) zaken op hun persoonlijke wall kwijt, maar zodra het platform hiernaar linkt of deze berichten op andermans wall toont, doet ze aan verspreiding en is er redactionele verantwoordelijkheid.

Traditioneel wordt de verspreiding van nieuws bepaald door een menselijke redactie, maar online gebeurt dat vaak door algoritmes. Zeker bij deze automatische filtering kan het principe van kwantiteit een goede standaard vormen. Zo vermijden we dat de sociale media-platformen (tenzij bij strafbare uitingen) opeens als censoren gaan optreden. En zo vermijden we eveneens een bepaald schandpaal-activisme dat focust op het isoleren van individuele uitspraken die als fout gebrandmerkt en gecancelled worden.

Zowel redacties als algoritmes zijn de afgelopen jaren steeds terughoudend geweest, met vrijheid-van-meningsuiting en filter-bubble argumenten voorop. Maar dat kan en mag niet zo blijven. We hebben regels nodig. Die regels zijn niet alleen wetgeving – zowel in de VS als de EU staat dit inmiddels op de agenda – maar ook nieuwe redactionele standaarden voor de digitale werkelijkheid. Voor Facebook en Twitter mag het alvast geen probleem zijn om hun redactionele capaciteit uit te breiden. Vergeleken met traditionele media stellen ze vandaag 7 tot 15 keer minder mensen tewerk voor dezelfde marktwaarde.

Daarnaast hebben ze de knowhow om betere algoritmes te ontwikkelen. Nu al focust Facebook op het opsporen van ‘inauthentic behaviour’ zoals gecoördineerde grootschalige desinformatiecampagnes en het gebruik van bots en valse accounts. Overheden zullen moeten eisen dat deze algoritmes openbaar worden gemaakt zodat we ze aan democratisch debat kunnen onderwerpen.

En ook hier bij ons moeten redacties hun rol als democratische poortwachter sterker ter harte nemen, daarbij geholpen door investeringen in redactioneel verantwoorde algoritmes, die diversiteit en waarachtigheid beide meewegen. Alleen zo verzoenen we de vrijheid van meningsuiting met het herstel van een gezonde publieke sfeer.

In de media

Lees een ingekorte versie van dit artikel in De Morgen.

Delen
Share on facebook
Share on twitter
Share on linkedin

Pieter Ballon

Directeur SMIT VUB en wetenschappelijk directeur Hannah Arendt Instituut

Ike Picone

Professor journalistiek en media VUB en research fellow Hannah Arendt Instituut

Christophe Bush

Directeur Hannah Arendt Instituut

Prater, denker of doener?

Schrijf in op onze nieuwsbrief. Wij mikken op debat, wetenschap en actie.