No one is illegal. Niemand is illegaal! Personne n’est illegal?

Allemaal beginnen we de dag met onze eigen unieke rituelen, gewoonten, zoals een kop koffie of thee. Over die gewoonten praten we niet vaak, maar we zijn het er stilzwijgend over eens dat we allemaal onze eigen specifieke manier hebben om een nieuwe dag te beginnen. Vanaf het moment dat we onze voordeur openen en naar buiten stappen, verbinden we de intieme en besloten ruimte van onze woning met de openbare en publieke ruimte van de stad waarin we leven. Die openbare ruimte delen we allemaal, maar tegelijkertijd delen we niet dezelfde realiteit als we erin rondwandelen. Hoe we de dag doorkomen, wordt niet alleen bepaald door wie we zijn of willen zijn, maar ook door hoe anderen ons zien.

Door: Ronald Crouzé, Pieter Meurs, Minne Huysmans 

Onze voordeuren bevinden zich allemaal in de stad Brussel. Met ‘onze’ bedoelen we de ondertekenaars van dit hoofdstuk. Vanuit verschillende wijken trekken we naar ons VUB-hoofdkantoor in het zuidoosten van Elsene. We doen dit samen met duizenden andere mensen die ook aan diezelfde nieuwe dag beginnen. Het lijkt vaak op georganiseerde chaos. Dag na dag: files van fietsen, voetgangers, bussen en trams die allemaal op weg zijn naar hun bestemming en elkaar even kruisen.

Onderweg is er heel wat te zien, maar vreemd genoeg valt ons oog op dezelfde slogan: NO ONE IS ILLEGAL. Die gewaagde uitspraak, die soms ook in het Frans of het Nederlands te zien is – NIEMAND IS ILLEGAAL, PERSONNE N’EST ILLEGAL – en gedrukt is op kleine, zwart-witte stickers, vind je op heel wat straathoeken, op verkeerslichten, elektriciteitskasten, muren, fietsen, cafés, toiletdeuren en verlichtingspalen in Brussel terug. De ‘NO ONE IS ILLEGAL’-stickers zijn klein en vallen nauwelijks op in het stedelijke landschap, maar hun boodschap is zo duidelijk en krachtig dat er niet eens een uitroepteken of punt is gebruikt om de boodschap te benadrukken. Het lijkt een stelling die geen uitleg behoeft. Of toch?

Wij menen van wel. De boodschap die de stickers overbrengen, daagt ons uit om louter juridische overwegingen opzij te zetten en dwingt ons na te denken over het menselijke aspect dat cruciaal is wanneer we het hebben over onze samenleving en wat het betekent daar deel van uit te maken. Hannah Arendts idee van burgerschap is hierin zeer verhelderend: ze laat ons zien dat burgerschap niet gaat over rechtsposities en juridische overwegingen, maar over de manier waarop we als mensen samen handelen en creëren. Volgens Arendt verwijst burgerschap naar het feit dat iedere mens de mogelijkheid heeft om actief te participeren aan de (vormgeving van de) samenleving.

Volgens Arendt verwijst burgerschap naar het feit dat iedere mens de mogelijkheid heeft om actief te participeren aan de (vormgeving van de) samenleving.

Tegenwoordig wordt de toegang tot de samenleving vaak gedacht aan de hand van een formele en eerder juridische opvatting van burgerschap. Die traditie gaat terug tot de oude Romeinen en Grieken. Zij dachten als eersten na over de vraag wie tot een plaats of gemeenschap behoort en dus al dan niet kan genieten van burgerrechten. Vandaag verwijst burgerschap hier nog steeds naar: naar de verschillen die worden gemaakt tussen zogenaamde ‘oorspronkelijke bewoners’ en nieuwkomers, tussen insiders en outsiders, tussen degenen die wel of niet mogen participeren en tussen personen die hier legaal of illegaal verblijven. Deze retoriek van tegengestelden heeft vooral in het laatste decennium het publieke debat fors aangewakkerd.

Meningen variëren van “we moeten opkomen voor de mensenrechten van iedereen” tot “het is niet ‘onze’ verantwoordelijkheid als ze lijden”; van “deze mensen zijn vluchtelingen” tot “ze komen hier om te profiteren van ons systeem”; van “ze zijn een bedreiging voor ‘onze’ cultuur” tot “zij verrijken onze cultuur”; en van “we moeten onze grenzen openen” tot “Schengen moet worden herzien”. In het Europese politieke discours en beleid vertaalt deze aanwakkering van het debat zich zelfs in het optrekken van fysieke grenzen in Hongarije, Kroatië en Slovenië, in het criminaliseren van migranten en humanitaire hulp in Italië, in spanningen tussen Turkije en Europa over hulp aan vluchtelingen of in rigide criteria voor inclusie en integratie in Vlaanderen, Nederland en Denemarken. 

De sticker (of liever: haar boodschap) daagt ons uit om die ogenschijnlijk duidelijke afbakening tussen legaal en illegaal, tussen insider en outsider in vraag te stellen en laat ons op minstens twee manieren een andere dimensie van burgerschap zien. 

De ‘NO ONE IS ILLEGAL’-stickers zijn klein en vallen nauwelijks op in het stedelijke landschap, maar hun boodschap is zo duidelijk en krachtig dat er niet eens een uitroepteken of punt is gebruikt om de boodschap te benadrukken. Het lijkt een stelling die geen uitleg behoeft. Of toch?

Ten eerste dwingt de sticker ‘NIEMAND IS ILLEGAAL’ ons om de wettelijke voorwaarden opzij te zetten en na te denken over de menselijke aspecten van burgerschap, normen en waarden. Hier als outsider naartoe komen, is lastig, ‘insider’ worden nog veel moeilijker. De vraag wie mag participeren en wie niet, wordt immers in toenemende mate beantwoord door een ideaal om erbij te horen, door vast te houden aan een specifieke set van zogenaamde ‘westerse’ (wat dat ook mag betekenen) normen en waarden. Hierdoor ontstaat een situatie waarin de nieuwkomer zowel insider als outsider is: insider voor zover hij of zij een formeel of wettelijk verblijfstatuut krijgt en outsider voor zover hij of zij zich niet houdt aan een ideaal geheel van normen en waarden, noch aan een bepaalde ideale identiteit en taal. Daardoor kan iemand wettelijk gezien een insider worden en toegang hebben tot rechten en diensten, maar toch moeite hebben om zich hier op een meer emotionele en cultureel betekenisvolle manier thuis te voelen, door culturele verschillen of omdat hij of zij door de reguliere bevolking wordt uitgesloten. Werkelijk kunnen deelnemen en deelhebben aan de samenleving lijkt in die zin af te hangen van bepaalde regels: zichtbaar in de vorm van wetten en onzichtbaar in de vorm van normen en waarden, die moeilijk te doorgronden zijn. 

In plaats van nieuwkomers te beschouwen als passieve ontvangers van een burgerschapsstatus, is het belangrijk om nieuwkomers zelf in staat te stellen burgerschap te definiëren.

Ten tweede stelt PERSONNE N’EST ILLEGAL het idee van burgerschap in vraag als een wettelijke voorwaarde voor de toegang tot en deelname aan het sociaal-politieke gebeuren. De slogan stelt de banaliteit van ‘onze’ juridische differentiaties van mensen in vraag: ‘wij’ stellen de regels op, ‘wij’ regelen de toegang en ‘wij’ vertellen je hoe je burger van dit land kunt worden. In zekere zin toont de boodschap van de sticker ons de stem van de andere, van de buitenstaander. En die stem is een belangrijke stem. Een stem die bovendien vaak verwaarloosd wordt: de visies van nieuwkomers op burgerschap komen zelden aan bod in openbare debatten over burgerschap.

In plaats van nieuwkomers te beschouwen als passieve ontvangers van een burgerschapsstatus, is het belangrijk om nieuwkomers zelf in staat te stellen burgerschap te definiëren. Want dat doen ze: door hun omgang en contacten met andere mensen en gemeenschappen. De aanwezigheid van transmigranten in het Brusselse Maximiliaanpark is hiervan een goed voorbeeld. Door hun aanwezigheid is het park uitgegroeid tot een ruimte waar mensen – nieuwkomers en buurtbewoners – zich organiseren en met elkaar in gesprek gaan. Hoewel de transmigranten niet de formele rechten genieten om daar te wonen, nemen ze wel deel aan het vormgeven van die ruimte. Meer nog: hun aanwezigheid op zich kan beschouwd worden als een politieke daad. En laat dat nu precies de manier zijn waarop Arendt het begrip burgerschap opvat: als een ruimte die we samen creëren door ons handelen en waartoe iedereen actief kan bijdragen en het sociaal-politieke gebeuren vormgeven. 

Nieuwkomers helpen ons te begrijpen dat burgerschap een dynamisch en continu proces is waarin we allemaal een rol te spelen hebben.

Nieuwkomers helpen ons te begrijpen dat burgerschap een dynamisch en continu proces is waarin we allemaal een rol te spelen hebben. Ze wijzen ons ook op de mogelijkheid om burgerschap een nieuwe invulling te geven. Democratie was altijd al het resultaat van dialoog, interactie en participatie tussen mensen en groepen met verschillende achtergronden. Wat het precies betekent om burger te zijn, wordt dus best niet alleen door de staat bepaald. Het zijn immers veeleer de burgers zelf die invulling kunnen geven. Op onze dagelijkse tocht door de stad kruisen we elkaars paden en kunnen we er zeker van zijn dat we zo allemaal de ruimte bepalen die we delen. Het hangt allemaal samen met onze dagelijkse gewoonten, doelstellingen, rituelen, zoals een kop koffie of thee. 

Meningen over migratie, gelijkheid en racisme

Dit artikel is gepubliceerd in het boek ‘Migratie, gelijkheid en racisme: 44 opinies‘. Daarin bekijken VUB-wetenschappers en co-auteurs de thema’s vanuit uiteenlopende invalshoeken. Ze benoemen problemen en suggereren oplossingen. Je kan het boek HIER vinden in het Nederlands en Engels.

Naar aanleiding van de Internationale Dag tegen Racisme en Discriminatie, plaatsen we drie opiniestukken uit het boek. Hier vind je de andere artikels:

Geef steden de middelen om zelf werk te maken van integratie van migranten.

Het racisme in Brussel aanpakken: yes we can!

Het Hannah Arendt Instituut publiceert op gezette tijdstippen opiniestukken die mogelijkheid geven tot constructief debat. De inhoud van deze stukken valt uiteraard volledig onder de verantwoordelijkheid van de auteur(s).

Foto’s: unsplash.com

Delen
Share on facebook
Share on twitter
Share on linkedin

Prater, denker of doener?

Schrijf in op onze nieuwsbrief. Wij mikken op debat, wetenschap en actie.